Het verhaal van de kraai…

overgangIn de zomer van 2005 is mij overkomen wat elke machinist vreest, maar niet kan ontlopen. Een collega die tegelijk met mij de opleiding had gevolgd, had de pech het al op zijn eerste dag als zelfstandig machinist mee te maken. Een aanrijding. Of beter gezegd, een aanrijding met een persoon zoals we dat tegenwoordig zo netjes zeggen.

En een aanrijding met een persoon betekent in vrijwel alle gevallen zelfdoding. Ik zeg bewust zelfdoding en niet zelfmoord. Omdat ik niet geloof dat zelfmoord er zelfs in de verte iets mee te maken heeft. Het klinkt misschien pathetisch, maar bij een zelfdoding vallen alleen slachtoffers en in welke mate dat voor de zelfdoder, zijn of haar familie, de machinist, conducteur en reiziger van gradatie verschilt, valt zelfs nog te bediscussiëren.

Mij overkwam het op een wel heel bizarre manier. Een machinist had in de buurt van station Z. iemand langs het spoor zien sluipen en, omdat hij de zaak niet helemaal vertrouwde, de treindienstleider gebeld. Ik reed met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur langs het perron van dat station. Toen de treintelefoon over ging. ‘Met de machinist van trein 1694,’ zei ik, terwijl naar de linkerhoek van de stuurtafel keek om het treinnummer van de elektronica te lezen. Ik zei er zelfs, zoals ik dat altijd doe, nog ‘goedenavond’ achteraan.

Die is dood, kon ik nog net verbijsterd uitbrengen terwijl ik de remkraan in de snelremstand trok. Ook aan de andere kant van de lijn bleef het even stil.

Maar terwijl ik dat woord uitsprak, sprong er van tussen de struiken, net voorbij het perron, een schim naar voren. Een fractie van een seconde later, zonder werkelijk een klap tegen de voorkant te maken, kon ik die schim onder de trein door horen rollen. Weerloos opgeworpen door houten dwarsliggers en weer neergeslagen door luchtketels en elektrische apparatuur aan de onderkant van de trein.

Die is dood, kon ik nog net verbijsterd uitbrengen terwijl ik de remkraan in de snelremstand trok. Ook aan de andere kant van de lijn bleef het even stil. Vanaf dat moment ging het circus van start. Dat is niet oneerbiedig bedoelt, maar er waren zoveel mensen bij de afhandeling van de aanrijding betrokken dat ik er wat hulpeloos bij stond.

Politie, ambulance, lijkwagen, brandweer en functionarissen van Prorail en NS. Dat ik stilstond langs een sloot maakte de zaak nog ingewikkelder. Er werd vanaf het perron van Z. een taxi voor mij en de conducteur geregeld. Maar omdat we – ondanks de lage snelheid – enkele honderden meters verderop stonden, betekende dat voor ons dat we door de ballast naar het station terug moesten lopen.

Een stuk folie bedekte het lijk. Als een vierkant pakketje. Zonder hoofd, zonder ledematen.

De politie, die inmiddels bezig was zoveel mogelijk resten van het slachtoffer in vuilniszakken te verzamelen, keek ons wat meewarig aan. Te kleine stukjes bot of restanten lieten ze achter voor de vogels. De rondcirkelende kraaien… Iets waar ik nog nooit over had nagedacht. Ik zag nog enkele stukjes halfrond, opvallend blank bot liggen, vermoedelijk van de schedel. Het lag onder het door de hoofdconducteur geplaatste folie. Dat bedekte het lijk. Als een vierkant pakketje. Zonder hoofd, zonder ledematen. Achterom kijkend zag ik dat de brandweer de voorkant van de trein schoon spoot om een nieuwe machinist de gelegenheid te geven de reizigers naar hun plaats van bestemming te brengen. Het beeld had iets onwerkelijks.

Na een obligaat gesprekje met de wachtdienst op H. vertrok ik alleen met de trein richting Eindhoven, mijn standplaats. Ook daar een kort gesprekje en eindelijk naar huis. Het zou niet zo vervelend zijn geweest als de hele zaak daarmee was afgehandeld. Mijn eigen manager moest echter nog bellen en ik moest nog een verklaring bij de spoorwegpolitie afleggen. Zij waren die avond op H. niet meer beschikbaar.

Het gevoel dat de zaak niet helemaal afgehandeld was maakte me onrustig. Het was nog geen afgerond geheel en daardoor onverwerkbaar. Het feit dat mijn manager tegen de afspraak in pas de volgende middag belde en niet ’s morgens, maakte het er samen met de bijna ondraaglijke hitte buiten niet beter op. De verlossing kwam pas een paar dagen later. Na een telefoontje van een politieman uit H.

Hij was namelijk tot de ontdekking gekomen dat zijn rapport nog niet volledig was. Ik had nog geen verklaring afgelegd. Na wat geruzie over wie met wie contact had moeten opnemen, kreeg ik een dossiernummer van hem waarmee ik naar de spoorwegpolitie in Eindhoven kon gaan. Ook drukte hij me op het hart de aangifte naar H. te laten sturen. Blij dat ik de zaak kon afronden begaf ik mij naar het station. De politiefunctionaris aldaar was echter onverbiddelijk. ‘De aanrijding heeft plaatsgehad bij Z. en dat valt onder S. dus gaat het dossier naar R.’

Eén ding zou ik wel graag weten en dat is het verhaal achter haar daad.

Ik had geen enkele behoefte daar iets tegen in te brengen. ‘Heb je nog ergens last van gehad?’, vroeg hij me terwijl hij het dossiernummer op zijn computer intikte.  ‘Ik heb eigenlijk nauwelijks iets gezien. Een glimp die mijn onderbewuste interpreteerde als een mens. Ik kon niet eens zien of het een man of vrouw was’, luidde mijn antwoord. Dat laatste was niet helemaal waar. Want hoewel ik het zelf niet had gezien, had de hoofdconducteur een identiteitsbewijs van een jonge vrouw gevonden. Vermoedelijk van het slachtoffer.  ‘Dat is maar beter ook,’ zei de agent. En terwijl hij op de Enter-knop drukte verschenen alle persoonsgegevens van de jonge vrouw op het scherm.

Ik besloot er niet op te reageren. Mijn hoofd en tikje weg te draaien. De zaak was rond, ik had er vrede mee. Ik hoop dat het slachtoffer gevonden heeft wat ze zocht. Haar naam is voor mij niet zo belangrijk. Eén ding zou ik wel graag weten en dat is het verhaal achter haar daad. Maar tenzij ze nauwkeurig een dagboek heeft bijgehouden, heeft ze dat verhaal meegenomen in haar graf. Of – en dat vind ik misschien wel een mooiere gedachte – in losse woordjes verspreid via tientallen kraaien en kraaiachtigen die waarschijnlijk nu nog boven het spoor cirkelen.

Bovenstaande is een waargebeurd verhaal, maar om redenen van privacy zijn treinnummer, (eerste letters van) plaatsnamen en enkele andere gegevens gefingeerd…….

3 gedachtes over “Het verhaal van de kraai…

  1. Een wijs besluit Angel, je hebt niet alleen andere maar vooral je zelf een groot plezier gedaan.
    Vergeet niet Angel, dat er mensen zijn die van je houden al laten ze dat niet altijd zien.
    Prettige feestdagen en ik denk aan je .

  2. Ik ben zo’n verhaal erachter alleen ik leef nog sprong niet. Je verhaal heeft me aangegrepen. Ik ken de wanhoop waardoor je zover komt. Ik ken de gedachten in die laatste minuut. Ik weet ook dat er een weg weer uit is nu. Wat ik niet ken is het verhaal erna die van de machinist. Lopend naar het spoor dacht ik wel degelijk aan wat ik anderen ook personeel van de trein aan zou doen. Maar mijn eigen wanhoop was groter. Dit verhaal grijpt me daarom zo aan en ik ben blij dat ik het nog kan vertellen mijn verhaal. Dank je voor het delen, dapper

    • Ik neem je niets kwalijk Angel. Ik ken de gevoelens die tot zo’n besluit leiden maar al te goed en ik weet dat je dan de trein als een zekere dood ziet en niet als een door een persoon gereden voertuig.
      Helaas wil NS dat niet inzien en houdt het bedrijf zoveel mogelijk informatie over zelfdoding uit het nieuws. Het onderwerp zelf is taboe voor alle NS’ers. Ik houd niet van die struisvogelpolitiek en ik denk dat bespreekbaar maken en de oorzaken aanpakken veel beter zal werken.

      Ik hoop dat de situatie waardoor je wanhoop is ontstaan ondertussen verbeterd is en ik wil je danken voor het delen je verhaal, zeker zo dapper.

      Geert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s