Op seks beluste wilde dieren

Ik heb me vandaag de vraag gesteld of je aan de zoekopdrachten kunt zien wat voor soort mensen je weblog proberen te vinden. Of er misschien wel per ongeluk op terecht komen. Een ding is zeker. Als ik puur af ga op hetgeen ik zie, dan zit het ergens goed mis met de hormonale huishouding van de gemiddelde blogsurfer. Dan heeft een aantal van mijn bezoekers een heel ander idee van de inhoud van mijn weblog dan ik had verwacht.

Ik geef u enkele voorbeelden: geile beesten, seksen in bed een dief, seks met dieren en kinderen, hoeren in Tsjechie, porno op school, naaktfoto’s en computer, hete massage, gluren onder rokken, kinderpiemel, seksfilms op de laptop.

Ik weet het, sommige verhalen op mijn weblog hebben ‘zinnenprikkelende’ koppen en het is ook niet altijd even ‘smakelijk’ wat ik meemaak, maar dan nog. Moet ik nu maar meteen concluderen dat de mensheid niet meer is dan een kudde op seks beluste wilde dieren? Dat zou wel een hele boute gevolgtrekking zijn, maar toch.

Erg vreemd is het ook weer niet om zo’n gedachte de wereld in te slingeren. Ooit maakte een priester namelijk wereldkundig dat Eva een op seks beluste dame was en Goliath een alcoholist. Dus wat willen we nu eigenlijk. Als je het woord Gods moet geloven stammen we uiteindelijk toch allemaal van dit tweetal af? De godvrezende man wilde met zijn versie van de Bijbel de verhalen toegankelijker maken. Het werd hem niet in dank afgenomen. Hij zou de feiten hebben verdraaid. Dat hoef ik niet te doen. Ik heb ze in gedrukte vorm.

Weet u wie Alfred Kinsey (1894-1956) was? De man stond aan de wieg van de seksuele revolutie en was er, op zijn zachtst gezegd, zelf ook niet vies van. Niet alleen zijn vrouw zag hij als een lustobject, ook andere mannen mochten zich in zijn belangstelling verheugen. Sterker nog, hij kan zelfs wel worden omschreven als iemand met masochistische trekjes.

Nederlanders schijnen het niet vaker dan 1,8 keer per week te doen. U begrijpt waarschijnlijk al wel wat ik nu ga zeggen. Dat is toch niet schrikbarend? Alle teksten verwijzend naar seks op mijn weblog vallen in het niet bij wat sommigen er voor praktijken op nahouden. Vergeleken met mensen als Kinsey zijn wij van steen. Preutse nitwits die zichzelf op het gebied van de oerdriften nogal vooruitstrevend vinden. Ik bedoel maar, waar maak ik me eigenlijk druk over.

Het enige spoor dat telt…

Het is laat in de nacht. Of beter gezegd, vroeg in de ochtend. Terwijl kraaien en meeuwen de laatste restjes nachtleven van de straat pikken en een oudere man met hond elke centimeter afspeurt naar iets waardevols, valt mijn oog op een jongedame. De realiteit van alledag zal aan haar voorbij gaan. Ze is op zijn zachtst gezegd lichtelijk ontspoord.

Daar staat ze dan. Draait wel twintig rondjes om een tijdelijk geplaatst element op de hoek van de straat. Telkens overwegend hoe ze in hemelsnaam op die vermaledijde fiets moet komen. Het lijkt een vraagstuk van enorme omvang die haar voor grote problemen stelt.

Het heeft wel iets komisch om te zien hoe moeilijk het kan zijn om een gewone handeling te verrichten. Wat voor capriolen iemand uithaalt om, nadat het eindelijk is gelukt om op te stappen, een paar meter verderop onderuit te klappen. Als buitenstaander kun je er wel om lachen, roept het beelden op van de tijd dat je zelf dat soort gekkigheid uithaalde.

Het is tegelijkertijd ook intriest te moeten constateren dat de mens telkens weer in staat blijkt te zijn om zichzelf zo intens vol te gieten, dat elk normbesef letterlijk en figuurlijk slechts een waas is geworden. Zo ook deze jongedame, die naar schatting een jaar of zeventien is. Waarschijnlijk in de grote stad iets moeilijks studeert dat haar later een prachtige baan moet opleveren.

Maar nu even niet. Ze kraamt er weliswaar iets uit over het volgen van een college, maar is zo ladderzat dat ze niet eens in de gaten heeft dat de bocht naar de volgende hindernis toch wel iets krapper is dan ze had gedacht. En dus knalt ze vol op een hek, landt met haar billen op het asfalt en parkeert haar stalen ros tegen een deur. De deur blijft heel, de fiets niet. De tweewieler was ook al in kennelijke staat, maar heeft er nu een kronkel bij.

Enkele omstanders, op het oog iets minder beschonken dan het slachtoffer, helpen de pechvogel overeind en begeleiden haar naar…… Ja, naar wat eigenlijk. Niemand zal het weten. Het groepje verdwijnt uit mijn gezichtsveld. De fiets blijft achter op de plek des onheils. Daar bekommert niemand zich om. Zal er over een dag of wat waarschijnlijk nog wel liggen. Wat er van de beschonken tiener is geworden? Wie zal het zeggen.

Het is een tafereel dat bijna dagelijks aan mijn oog voorbij trekt. Lallende jongeren die je in de vroege ochtend een prettige avond wensen, zich afvragen waarom er zo laat nog mensen aan het werk zijn en met dubbele tong verkondigen dat ze later advocaat of dokter willen worden. Het is te hopen dat ze bijtijds tot het besef komen dat er daarvoor wel flink gestudeerd moet worden. Om alcoholist te worden hoef je geen college te volgen. Het enige spoor daarheen leidt naar de drankfles…