Mr. Keuning

Mr. Duco Keuning is werkzaam bij het advocatenkantoor De Haan in Groningen. Hij stond twaalf verdachten bij van de ProjectX-rellen in Haren. De snelrechtzittingen vonden afgelopen maandag en dinsdag plaats op de rechtbank in Groningen. In zijn column vertelt hij over het verloop van de procedure en geeft tevens een antwoord op de vraag waarom er geen schadevergoeding aan de benadeelden is toegekend.

‘Op de eerste dagen van de snelrechtzittingen tegen de verdachten van de rellen in Haren zijn straffen opgelegd die door veel mensen als te mild zijn ervaren, ook al waren die straffen nauwelijks lager dan door de officier van justitie geëist. Hoe kan dat?

Een verklaring kan liggen in de aangekondigde toepassing van snelrecht waardoor mogelijk bepaalde verwachtingen zijn gewekt. Met de beelden van de ergste pieken van het geweld op het netvlies zal de gemiddelde media-consument verwachten dat juist die uitbarstingen flink afgestrafd worden met bijvoorbeeld een aantal weken of maanden celstraf, als justitie bekend maakt om snelrecht in te zetten om ‘lik op stuk’ te leveren. Om het rechtsgevoel weer in evenwicht te brengen.

Dat doel heeft het snelrecht nou juist niet bereikt! Toch heeft het Openbaar Ministerie wel degelijk gemotiveerd uitgelegd dat er dubbel zo hoge straffen zijn  geëist dan volgens de richtlijnen. Maar ja, de betreffende verdachten waren nu eenmaal niet de ware relschoppers, maar gemiddelde jongeren met slechts een bijrol. De opsporing van de hoofdverdachten kon niet voldoende plaatsvinden, omdat de politie de handen vol had  aan de beheersing van het geweld. In politiekringen wordt ook wel gemopperd over de manier waarop de politie is ingezet en aangestuurd.

Een belangrijk bezwaar tegen de toepassing van snelrecht is dat  er te weinig tijd is voor de verdediging om de zaak goed voor te bereiden. Maar ook dat er te weinig tijd is om andere belangrijke zaken goed uit te zoeken.

Het Openbaar Ministerie had in de pers bekend gemaakt dat het een goed idee leek om de verdachten door middel van een voorwaardelijke straf de verplichting op te leggen een bedrag in een potje te storten voor de schadeloosstelling van  slachtoffers in Haren. Dat idee was ook nog niet zo goed uitgewerkt. Wat voor een potje is dat? Wie moest dat beheren? Op welke wijze zou het moeten worden verdeeld zodat de benadeelden er wat aan zouden hebben?

De rechter moest wel besluiten dat dit allemaal nog onvoldoende duidelijk was om daarover ‘in naam der wet’ een vonnis te wijzen. Het niet nakomen van een bij vonnis opgelegde verplichting kan uiteindelijk leiden tot hechtenis of celstraf. Het ontnemen van iemands vrijheid en daarmee kan geen loopje worden genomen.

Voor dit onderwerp was het snelrecht dus ook niet geschikt. En daarmee heeft het Openbaar Ministerie  in de publiciteit misschien willen scoren, maar de benadeelden in Haren blij gemaakt met een dode mus.’