Merel van Groningen

Merel van Groningen is mijn pseudoniem en auteursnaam van de boeken Misleid en In mijn onschuld. Deze naam gebruik ik om het nieuwe leven dat ik heb opgebouwd te beschermen. In 2008 verscheen mijn eerste boek Misleid, dat je van binnenuit laat ervaren hoe je in de val van een loverboy terecht kunt komen. In 2010 volgde mijn tweede boek In mijn onschuld, over misbruik binnen een jeugdinstelling. Sindsdien ben ik druk met interviews in de media en lezingen op scholen en in bibliotheken, om over mijn ervaringen te vertellen maar vooral om te laten zien dat je na traumatische gebeurtenissen niet in een slachtofferrol hoeft te blijven hangen, maar er iets moois van kunt maken. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik in de afgelopen jaren veel heb bemiddeld tussen pubers en hun ouders of instanties. Mooi maar intensief werk. Meer info? Check de Website

——————-

PROJECT HOUDT JONGEREN SPIEGEL VOOR

Jongeren weten zelf vaak niet wat hun grenzen zijn en zijn onzeker over wat ze wel of niet moeten toestaan. Wanneer wordt seksueel gedrag grensoverschrijdend? Een specifiek probleem blijft dat van de ‘loverboys.’ Pooiers die meisjes via verleidingstactieken inpalmen om hen op den duur in de prostitutie of in (andere) illegale activiteiten uit te buiten. Voor professionals in het onderwijs en de zorgsector vormt het herkennen van de misstanden en het begeleiden van deze jongeren een extra uitdaging.

Merel van Groningen was zelf ooit slachtoffer van een loverboy. Ze geeft tegenwoordig voorlichting op scholen en put daarbij uit haar eigen ervaringen. In 2008 verscheen Misleid, een boek waarin die ervaringen door Merel werden opgetekend. Een jaar later volgde In mijn onschuld,  dat verhaalde over hoe Merel werd misbruikt door haar hulpverlener, nadat zij in een internaat onder toezicht was gesteld.

Dit jaar heeft Merel van Groningen in samenwerking met de educatieve uitgeverij Edu’Actief en de politie Rotterdam Rijnmond een compleet lespakket ontwikkeld over de loverboy-problematiek, waarin wordt ingestoken op zowel voorlichting als preventie. Met het Merel van Groningen-project ontdekken jongeren van 12 tot 16 jaar op een confronterende manier of zij zelf mogelijk risico lopen om slachtoffer worden van een loverboy.

Op woensdag 16 januari organiseert de Nationale Onderwijsgids een informatieavond over het Merel van Groningen Project voor onderwijs- en zorgprofessionals. Merel zal zelf die avond het project komen toelichten.

Volgens Merel pakt het project de kern van het probleem aan. “Jongeren krijgen een spiegel voorgehouden en kunnen daardoor inzicht krijgen in hun eigen doen en laten. Maar ze kunnen de kennis ook toepassen op hun omgeving”.

Voor Merel is het voorkomen dat jongeren slachtoffer worden van loverboys haar belangrijkste drijfveer. “Het is een fase in mijn leven geweest die me uiteindelijk sterker heeft gemaakt”, zo blikt ze terug op een moeilijke tijd. “Ik weet nu waar het misging. Met dat inzicht wil ik nu jongeren helpen”.

“Leerlingen schrikken vaak van wat ze te zien krijgen”, vertelt Merel over de reacties die ze krijgt op het project dat haar naam draagt. “Ze beseffen na het zien van de film dat het ze zelf ook kan overkomen, of iemand uit hun omgeving. Dan worden zelfs de giechelende meisjes en de stoere jongens even stil”.

De loverboy-problematiek kon een aantal jaren geleden nog op veel media-aandacht rekenen, maar die aandacht lijkt tegenwoordig wat afgenomen. Is de problematiek wellicht ook minder geworden? Volgens Merel wordt de problematiek juist vaak nog onderschat. “Schaamte en angst weerhouden slachtoffers om naar buiten te treden met hun verhaal. Daarnaast ontbreekt het nogal eens aan vertrouwen in het rechtssysteem”, aldus Merel. “Via het Merel van Groningen Project leren jongeren onder meer wat de politie voor ze kan betekenen en welke rechten ze hebben”.

Maar niet alleen jongeren hebben een helpende hand nodig volgens Merel. “Ik zou graag rechters en ministers willen uitnodigen en meenemen naar ‘loverboy land’,  waar slachtoffers vaak niet gezien of gehoord worden. Het is een wereld die je alleen kunt begrijpen als je er geweest bent. De media schetsen vaak een beeld dat alleen bepaalde meisjes slachtoffer worden of dat er alleen alochtone loverboys bestaan. Dat beeld klopt niet”, zegt Merel van Groningen.

“Er is maar één manier om uit de greep van een loverboy te komen en dat leren we ze via het project”, besluit Merel.

De informatieavond over het Merel van Groningen Project is gratis toegankelijk. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via deze link.

————————-

DE WEEK VOOR DE LANCERING

Het begint goed spannend te worden. Ik heb hier bijna een jaar aan gewerkt. Alle lezingen heb ik stopgezet om me goed voor te kunnen bereiden en mijn visie en methode over te brengen in werkmateriaal samen met Edu ‘Actief. Mijn idee werd uiteindelijk groter en groter en iedereen wilde meewerken aan het project: politie, scriptschrijver, regisseur en meer mensen wilden er instappen. We hebben ook nee moeten zeggen tegen sommige organisaties omdat we exclusief wilden blijven en het team zo compleet was.

Door Merel van Groningen

Het is tenslotte niet voor ons, maar voor de jeugd. En het unieke aan dit project is dat we de jeugd niets gaan verbieden. We gaan ze juist leren onder andere social media veilig te kunnen gebruiken, want die zijn juist iets heel moois. Seksueel grensoververscheidend gedrag signaleren komt er ook in voor.

We houden jongeren een spiegel voor over hun gedrag en met mijn visie en methodiek kunnen ze dan inzicht krijgen en handelen, of nog mooier, ze kunnen niet alleen zichzelf helpen, maar ook hulp bieden aan hun omgeving.

Sleutelwoord binnen het project is communicatie en dat laat ook ons logo zien: twee open cirkels. Voor mij persoonlijk staan ze symbool voor openheid. Het project was mijn idee maar door meerdere mensen erbij te betrekken werd het mooier en groter.

De kroon op dit alles is natuurlijk het voorwoord van mevrouw Dettmeijer. Zij was mijn kinderrechter in de tijd dat ik in handen was van een loverboy. Door haar ben ik ergens anders geplaatst. Nu is zij Nationaal Rapporteur Mensenhandel en strijden we, ieder op onze eigen manier, tegen seksueel geweld tegen kinderen.

De aanmeldingen stromen inmiddels binnen en de interviewaanvragen ook. Uit het buitenland komen ze de dag van de presentatie een reportage maken. En ze gaan mee op een driedaagse voorlichting die ik een week later heb voor 750 leerlingen. Werk je met de doelgroep van 12 tot 16 jaar en ben je benieuwd naar het project, dan kan je je aanmelden via deze link.

Liefs, Merel.

Bekijk de trailer:

————————-

POLITIE ROTTERDAM RIJNMOND WERKT MEE AAN LESPAKKET

Ricardo Eshuis 08 augustus 2012

Merel van Groningen heeft een autobiografisch boek geschreven waarin zij vertelt hoe zij in de val van een loverboy terecht is gekomen. Haar boek ‘En plotseling ben je van hem’ is de leidraad voor het project en het lespakket dat ontwikkeld wordt in samenwerking met uitgeverij Edu’Actief.

Lancering project
Op 10 oktober om 10 uur zal het Merel van Groningen-project worden gelanceerd. Tijdens een bijeenkomst in Hollandsche Rading zullen diverse sprekers aandacht vragen voor de problematiek. Meer informatie voor het bijwonen van deze lancering volgt in de laatste week van augustus.

Merel van Groningen-project
Het Merel van Groningen-project gaat over loverboys. In het project worden loverboys niet als persoon maar als systeem gezien. De systematische werkwijze van hedendaagse loverboys is een groeiend probleem waarbij steeds vaker zichtbaar is hoe jongeren gedwongen worden hun eigen seksuele grenzen te overschrijden. Politie en Justitie hebben de bestrijding van loverboys tot speerpunt benoemd. Goede voorlichting en preventie is daarbij van groot belang. De inbreng van de politie binnen het Merel van Groningen-project is groot. Het korps Rotterdam Rijnmond heeft haar volle medewerking verleend. Internetrechercheur Maurice van Westrienen heeft jarenlange ervaring in het opsporen van loverboys. Over zijn opsporingsmethodiek geeft hij vele lezingen in het land.

Gevarieerd en interactief lespakket
Het Merel van Groningen-project is een onderwijsproject voor jongeren van 12 tot 16 jaar over deze loverboy-problematiek. Het gaat om jongeren in alle vormen van onderwijs, maar ook binnen jeugdzorg en instellingen. Via een gevarieerd, interactief pakket ontdekken jongeren of zij zelf mogelijk risico’s lopen om slachtoffer te worden van een loverboy (in vaktermen: Seksueel Grensoverschrijdend gedrag; S.G.O.G.). Tevens leren de jongeren de verschillende signalen van S.G.O.G. te herkennen om zo te zien of iemand in hun eigen omgeving mogelijk gevaar loopt.

Online gedrag en groepsdruk
Het Merel van Groningen-project gaat niet alleen over loverboys, maar ook over online gedrag van jongeren en groepsdruk. In het project is ook ruim aandacht voor de rol van de politie. Het gaat in het project om jongeren zichzelf weerbaar te maken en hun grenzen te stellen. Juist het laten overschrijden van seksuele grenzen is het werkterrein van hedendaagse loverboys. Het doel van het lespakket is niet om jongeren belerend te wijzen op de mogelijke gevaren van bijvoorbeeld het gebruik van social media. Het doel is juist confronteren: een spiegel voorhouden bij jongeren om naar zichzelf te kijken en te bepalen in hoeverre zij grensoverschrijdend gedrag vertonen of daar mogelijk toe overgehaald kunnen worden.

Ontwikkelteam
Het project nadert haar voltooiing. Met een steeds groter wordende groep auteurs en ontwikkelaars met verschillende expertises is het lespakket ontwikkeld. Uitgever Ricardo Eshuis: “Er zijn uit verschillende disciplines experts aan het project gekoppeld. Op deze manier kan integriteit en deskundigheid gewaarborgd worden. Geen sensatie, maar goede en confronterende opdrachten die bijdragen aan bewustwording bij jongeren.”

Het team bestaat uit:

Merel van Groningen: ervaringsdeskundige, slachtoffer en grondlegger van het project.
Maurice van Westrienen: internetrechercheur politie Rotterdam Rijnmond.   Expert op het gebied van online opsporing van loverboys.
Edmée Warneke: Auteur gespecialiseerd in lesmateriaal over   sociaal-emotionele ontwikkeling en trainer.
Alex van Galen: Scriptschrijver van bekende dramaseries (waaronder   Fort Alpha en Rozengeur & Wodka Lime). Hij schreef het script bij het   lespakket.
Hans de Korte Regisseur van vele dramaseries bij Endemol   (waaronder SamSam en ’t Zonnetje in huis)
Marsha Pendjol Project- en auteursbegeleider bij Edu’Actief
Ricardo Eshuis Uitgever bij Edu’Actief

————————-

DE VOLGENDE STAP…

Het heeft even geduurd, maar ik kan nu eindelijk wat meer over het project vertellen. Men denkt al snel ‘o, een projectje.’ Misschien zelfs wel ‘o, weer een projectje.’ Maar dit is niet zomaar een project. Waarom dat zo is zal ik proberen uit te leggen.

Een aantal jaren geleden werd er door Movisie het vlaggensysteem uitgereikt aan Corinne Dettmeijer en mij in Den Haag. Ik sprak van te voren met Lou Repetur en nog twee medewerkers.

In het gesprek zei Lou: “Merel er komt een dag dat je geen zin meer hebt om je verhaal te vertellen, en geloof mij, die komt echt”. En inderdaad, die dag kwam afgelopen zomer. Maar wat nu?

Ik vond het zo leuk om aan de slag te gaan met mijn visie en methode en zeker omdat ik zag dat het werkte bij de jeugd. Maar steeds eerst mijn eigen verhaal vertellen, dat brak me inderdaad op.

Ik besloot mijn visie en methode in werkmateriaal uit te werken en wilde het als ondersteuning bij mijn voorlichtingen gaan gebruiken. Het moest een project worden dat leerlingen met mij zouden kunnen volgen.

Ik kreeg hulp van een contact op Twitter bij het redigeren van de teksten. Want ook al gaan mensen er vanuit dat ik schrijfster ben, dat ben ik niet. Ik heb mijn verhalen alleen in boekvorm opgetekend en ik schrijf columns voor de Nationale Onderwijsgids. Dat betekent nog niet dat ik zonder spelfouten schrijf of kan redigeren. Maar ook bij de Onderwijsgids is een goede redacteur die mijn columns beter leesbaar maakt.

Het is best moeilijk om je eigen visie en methode in werkmateriaal om te zetten. Dit omdat je ervaring meestal gelijk in praktijk brengt en geen situatie het zelfde is. Tot mijn verbazing kwam er echter een educatief uitgever op mijn pad. En na een ontmoeting was ik verbaasd dat alles wat in mijn hoofd zat en tot nu toe op papier stond, op scholen kon worden aangeboden. Sterker nog, hij wilde dat samen met mij gaan maken. Ik was overdonderd maar ook onder de indruk.

Ik had echter alleen nog een wens: ik wilde dat in het project de politie kon meewerken, omdat ik vind dat we moeten samenwerken om het probleem aan te pakken. Acht maanden lang hebben we moeten praten, wachten, nog eens praten, wachten. En nu een week geleden hebben we eindelijk toestemming gekregen om samen te werken en zal de politie twee thema`s gaan invullen.

Nu is eindelijk ons team compleet en werken we heel hard om alles klaar te krijgen, want we zijn door het ministerie uitgenodigd. Wat de methode en de visie precies zijn. Blijft tussen ons tot de lancering. mMar ik kan alvast vertellen dat het Merel van Groningen Project , uit onder andere een film en mijn eerste boek Plotseling ben je van hem bestaat.

Tijdens de lancering zal het eerste exemplaar aan mijn oude kinderrechter, mevrouw Dettmeijer (nu nationaal raporteur mensenhandel), worden overhandigd. Vanwege de grote belangstelling tot nu toe hebben wij een grens aan het aantal genodigden moeten stellen. Binnenkort zal er weer gelegenheid voor scholen en instellingen zijn om zich op te geven.

—————————

DE GRIEP EN HET GEREDDE MEISJE

Dinsdag kwam de griep op bezoek. Ik zou de teksten uitwerken van het Merel van Groningen Project, maar m’n vingers wilde niet mee werken. Morgen, dacht ik, dan gaan we weer aan de slag, en een dagje op de bank hangen was eigenlijk best lekker.

Maar de dag daarna bleek m’n dochter ook de griep op bezoek te hebben. Gezellig lagen we samen op de bank, toen er via mijn site een meisje mij vroeg haar te mailen. En niemand mocht weten dat we contact hadden.

Ze was op school en kon alleen nu even mailen. Ze wilde hulp, maar wilde niet dat ik haar informatie aan derden zou geven zonder haar toestemming. Ik beloofde haar dat ook niet te doen, maar wilde wel dat ze zoveel mogelijk informatie over haar situatie zou geven zodat ik de juiste hulp zou vinden voor haar.

Ze was voorzichtig, maar bleef me mailen. Soms verontschuldigde ze zich; soms vond ze dat ik kortaf reageerde, tot ik haar uitlegde, dat het kon overkomen doordat ik de griep had en dat het zeker niet de bedoeling was.

Wat ik eigenlijk wil bereiken met de informatie die ze geven is te kijken hoe de situatie thuis is, op school of op werk, om te kijken of ze ergens iemand in vertrouwen kan nemen.

Het meisje begon me uiteindelijk steeds vaker te mailen. Ze vertelde dat ze net meerderjarig was en alleen op school veilig was. Thuis wisten ze van niks en ze was heel bang. Bang dat haar omgeving iets werd aangedaan als ze niet meewerkte met haar loverboy, die ook nog eens niet alleen werkte.

De situatie die ze beschreef deed me beseffen dat ze hulp nodig had van buitenaf. Ik nam contact op met verschillende mensen, zonder haar verhaal te vertellen, maar liet weten dat er acute hulp nodig was.

Via via kreeg ik een telefoonnummer van een officiële instantie die die hulp direct kon bieden. Zelf had ik geen ervaring met die instantie, maar ik besloot dat het de moeite waard zou zijn het te proberen, om ze met elkaar in contact te brengen, want alles was beter dan de situatie waarin het meisje nu zat.

Ik mailde het meisje het telefoonnummeren verzekerde haar dat ik niks over haar situatie had verteld en dat ze zelf moest bepalen hoeveel ze tegen hun zou zeggen, maar dat eerlijkheid haar zou kunnen helpen de juiste hulp te krijgen.

Niet veel later mailde ze me terug: ‘Ik ben ontsnapt. Heb het nummer gebeld en heb het koud’. Meer niet.

Ik besloot bij de instantie na te vragen of er inderdaad gebeld was door het meisje, zodat ik haar los kon laten. De instantie bevestigde dat ze had gebeld. Nu kon ik haar loslaten en was het de taak van de hulpverlening en haar zelf om verder te gaan.

Moe zat ik ’s avonds laat op de bank. Ik had nog steeds geen teksten uitgewerkt voor het Merel van Groningen Project, maar was wel weer een besef rijker.

We zijn in gesprek met de politie om hun medewerking te krijgen aan het project, omdat ik vind dat hulp kan beginnen bij de politie, maar na vandaag is het misschien ook een idee om de hulpverlening mee te nemen, want juiste officiële opvang en hulpverlening is zo belangrijk na een trauma. Dat kan ik bevestigen, want ik spreek uit eigen ervaring.

Vandaag ga ik weer beginnen aan de teksten van het project, maar eerst de mail afhandelen van de afgelopen twee dagen, want die zijn blijven liggen.

Scholen vragen op het moment veel informatie over de voorlichtingen en vooral groep 8 blijkt gewild. Ook zij verdienen mijn aandacht, net zoals het meisje, dat nu veilig is.

Voor alle bijdragen op deze pagina geldt © Merel van Groningen / Nationale Onderwijsgids