Shockerende maatschappij…

Het lukt de maatschappij iedere dag opnieuw om te shockeren. Af en toe kun je het ongeloof van m’n gezicht scheppen over de zaken die mij ter ore komen. Voorvallen die elke realiteitszin tarten. De gruwelen die mensen elkaar aandoen. Leed in alle soorten en maten. We schudden het hoofd, spreken onze verbazing en afschuw uit. Gaan daarna over tot de orde van de dag. Omdat er, hoe gruwelijk het ook klinkt, morgen ander leed op ons wacht. Dat is namelijk de keiharde realiteit.

Voor mij ligt het relaas van Suzanne. Met daarbij de boodschap dat ik het maar op mijn weblog moet plaatsen. Ik vraag haar of ze dat wel zeker weet. Ze heeft er geen problemen mee. Zij niet, maar ik wel. Het is namelijk nogal wat als je misbruikt wordt op een moment dat je zintuigen niet werken zoals het hoort. Voor het eerst sinds tijden twijfel ik.

Ze voelt hoe een onbekend lijf in het hare dringt. Het lichaam beweegt op en neer. Kreunt en steunt. Vraagt of ze het lekker vindt. Ze wil dat hij ophoudt en duwt hem weg. Wordt misselijk en gaat naar het toilet. Daar zijn de sporen van overmatig alcoholgebruik volop zichtbaar. De penetrante geur van braaksel komt haar tegemoet. Beneemt haar bijna de adem. Alles zit onder. In de badkamer kijkt ze in de spiegel naar een gehavend gezicht. Vol wonden zonder een verhaal. Suzanne kan zich niets meer herinneren. Er zijn alleen maar vragen..

Ze maakt zichzelf vervolgens een verwijt. Vindt dat ze haar hoofd had moeten gebruiken. Zou ze iets teveel hebben lopen flirten? Dronken als ze was de man onbewust een vrijbrief hebben gegeven om zich aan haar te vergrijpen? Zij weet het niet. Heeft een black-out gehad. En zo ja, dan nog blijft de vraag waarom hij daar op ingegaan is. Waarom heeft hij niet gewoon zijn hoofd gebruikt. Afstand gehouden. Dat zou namelijk wel zo logisch zijn geweest.

Wat blijft is het akelige gegeven dat er op een grove manier misbruik van een weerloze vrouw is gemaakt. Van iemand die niet helder kon nadenken. Als gevolg van de drank tijdelijk ontoerekeningsvatbaar. Ik kan in niets een rechtvaardiging zien om de lichamelijke integriteit van iemand op zo’n moment te schenden. De wet is daar vrij duidelijk over. En dat is maar goed ook. Want zou dat niet zo zijn, dan is straks iedere dronken vrouw aangeschoten wild.

Mijn twijfel is weggenomen. Een poosje na het voorval besluit ik Suzanne opnieuw met haar verhaal te confronteren. Omdat ik duidelijk wil maken wat het teweeg kan brengen als het eenmaal over internet vliegt.  Iedereen zal zich er op storten. Het zal haar heel lang achtervolgen. Sommigen zullen een schouder aanbieden om op uit te huilen. Anderen zullen haar de rug toekeren. Zonder pardon veroordelen.

Na enige aarzeling zegt Suzanne dat ze haar lesje wel heeft geleerd. En dat het een waarschuwing voor iedereen moet zijn. Zorg dat je je hoofd er bij houdt. Waar je ook bent. Met wie je ook bent…

Proef op de som…

Nog een bijdrage dan. Om het af te leren. Even duidelijk te maken dat je ook zonder moet kunnen. Een zeer gewaardeerde collega van mij is al gestopt. Last van blogmoeheid. Misschien wel een digitale burnout. Wie zal het zeggen.

Het is wel even prettig om afstand te nemen. Al willen anderen je graag doen geloven dat het allemaal overdreven gedoe is. Totdat ze zelf tegen een muur aanlopen die niet meegeeft.

De zomer heeft mij tot nu toe nog niet veel soeps gebracht. Een uitermate vervelende hernia, een te lange verplichte bedrust en, last but not least, de mededeling dat het leed waarschijnlijk nog niet geleden is.  

Het laatste restje zomer slijt ik op een door mezelf uitgekozen stukje paradijs. Daar probeer ik even te vergeten wat er allemaal nog zou kunnen gebeuren. Staan de 3L’s centraal in mijn dagelijkse doen en laten. Luieren, liggen en lopen. En heel sneaky een beetje hopen dat de zon en het water een verzachtende werking hebben. Zodat ik bij terugkeer niet meteen naar de telefoon hoef te rennen. Om tegen de chirurg te zeggen dat het tijd is voor plan B.

Plan B, door mij al omgedoopt tot doemscenario. Gezondheidshorror waar ik niet op zit te wachten. Negeer en wandel door. Net doen of er niks aan de hand is. Geen dingen meer doen waar ik normaal gesproken mijn hand niet voor zou omdraaien. Om fatsoenlijk te kunnen functioneren moet de mens zich kunnen aanpassen. Al is dat dan ook aan situaties waar je liever met een grote boog omheen loopt.

Alles went, al is het dan ook lastig te moeten erkennen dat iets nooit meer het zelfde zal zijn. De eerlijkheid gebiedt mij echter te zeggen dat je van tegenslagen ook kunt leren. Er blijven namelijk genoeg dingen over waar je wel mee uit de voeten kunt. En zoals ik al zei, de mens weet zich gemakkelijk aan te passen.

Die proef op de som ga ik nu nemen. Kijken of het me inderdaad gaat lukken om een paar weken het etiket ‘battery low’ te gebruiken.  En daarna? Laaghangende mist. Slecht zicht. Zien we dan wel weer.

Ellende verkoopt goed…

Rosita verliest haar vader. Weken na de begrafenis wordt ze, na een ‘herinneringsbijeenkomst’, samen met haar moeder naar huis gebracht. De auto waarin ze zitten raakt betrokken bij een ongeluk. De chauffeur, een neef van Rosita, komt om het leven. Haar moeder raakt zwaargewond en heeft maanden nodig om te herstellen.

Klaas is een dagje vrij. Hij past op zijn zoontje terwijl z’n vrouw boodschappen haalt. Als ze een uur later thuiskomt, ligt haar echtgenoot languit op de vloer. Hij is door een hartstilstand getroffen.  Elke hulp komt te laat. Maurice heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij homoseksueel is. Als hij ’s avonds laat op straat loopt, wordt hij door een viertal knapen opgewacht en zwaar mishandeld.

Berichten  over verlies en verdriet, leed en geweld. Welk etiket je er ook op wilt plakken, ellende verkoopt goed. Berichten zoals bovenstaande vragen er kennelijk om dat ze meteen in woorden worden omgezet. Of het nou op de televisie, voor de radio of in de krant is. Het levert kijk- en luistercijfers en extra lezers op. Hoe groter de ramp,  hoe meer het nieuws gevreten wordt.

Ellende verkoopt. Omdat wij mensen daar om vragen. We het kennelijk nodig hebben om ons bezig te houden met andermans leed. Maar ook omdat veel mensen vinden dat er geen beter vermaak is dan leedvermaak. We willen kunnen zeggen: eigen schuld, dikke bult. We willen met onze vinger kunnen wijzen en meepraten over hoe, wat had kunnen worden voorkomen. We willen het beter weten en kunnen roepen ‘dat was mij nooit overkomen.’

De media  brengt graag spectaculair nieuws en krijgt daar elke dag volop de gelegenheid voor. Er is immers genoeg ellende in de wereld dat om aandacht schreeuwt. Waarom zouden ze zich ook met goed nieuws bezighouden. Interesseert het de media wat dat er iedere dag talloze vliegtuigen probleemloos op Schiphol landen? Natuurlijk niet. Dat ene exemplaar die de landingsbaan niet haalt en in een weiland neerstort. Dat is toch veel interessanter om te melden?

En wees eens eerlijk. Toen u de eerste regels van deze bijdrage las, verwachtte u toch ook iets heel anders dan een belerend vingertje? Niet? Kom op zeg, wie probeert u nou voor de gek te houden?

Firma list en bedrog…

Bent u net als ik ook zo’n sukkel die elke maandagmorgen braaf naar zijn baas gaat om veertig uur voor een salaris te werken dat in een CAO is vastgelegd. Waarover de bonden ieder jaar ruzie maken met de werkgevers? Om er voor te zorgen dat we er uiteindelijk twee cent per uur op vooruit gaan? Erg toch? Nou kan ik natuurlijk wel beweren dat geld me geen sikkepit zegt, maar dat is onzin. Niemand wil graag rood staan bij de bank en het is altijd prettig als je je niet telkens de vraag hoeft te stellen of het loon weer te laat is gestort of dat de maand te lang is geweest.

Nog niet zo lang geleden was er op de televisie een documentaire over alle rijke stinkerds van de wereld. Daarin werd becijferd dat de welgestelden met z’n allen een godsvermogen ter beschikking hebben. Meer geld dan je redelijkerwijs in tien mensenlevens over de balk kunt smijten. Het is ook nog niet zo lang geleden dat er stevig werd gediscussieerd over de bonussen van al die topmensen. Je krijgt toch werkelijk tranen in je ogen als je eens becijferd wat er met al dat geld gedaan kan worden om de armen onder ons een handje te helpen.

Leg dat maar eens uit aan de upperclass die zich niet voor een tonnetje meer of minder schaamt. Die er eigenlijk geen boodschap aan heeft dat de armen steeds armer worden en de rijken steeds rijker. Niet dat ik zelf iets te klagen heb, maar echte armoede heb ik niet gekend. Wel gezien. En daarvoor hoef je niet eens de oceaan over te steken.

Al die goede doelen, waar jaarlijks verschrikkelijk veel aan de strijkstok blijft hangen, zouden zich eens achter hun hypocriete oren moeten krabben. Met tranentrekkende filmpjes proberen ze de mensheid er van te overtuigen dat je vooral moet geven, moet meespelen in de loterijen om de arme bevolking overeind te helpen. Om de wereld te verbeteren.

Veel van die zogenaamde doelen gaan over lijken. Jan met de korte achternaam kloppen ze het geld uit de zak en de kleine invalide Juan in Guatemala kan wat hen betreft in de shit zakken. Voor tien euro per maand. Neem nou de postcodeloterij. Als je de spotjes op televisie ziet, zou je toch denken dat men heel wat geld naar goede doelen sluist. Was het maar waar. Er is wel eens becijferd dat slechts de helft van door ons ingelegde miljoenen werkelijk daar terecht komen waar het hoort te zijn. Bij kinderen als Juan. De rest gaat op aan investeringen. Kostbare euro’s die in nieuwe promotiefilmpjes worden gestopt. In reisjes van camerateams en presentatoren naar de bedreigde gebieden. Om vooral te laten zien waarom we onze portemonnee moeten blijven trekken.

 Ontwikkelingswerk is niet veel meer dan het creëren van een nieuwe markt. Aan zuurstof verdien je geen zak. Daar is geen markt voor. Leed verkoopt goed. Dat blijkt telkens weer. Hoe slecht het ook met de economie gaat en hoe erg we ook lopen te jammeren, zodra er een beroep op onze vrijgevigheid wordt gedaan, rinkelt de kassa. Tot groot genoegen van al die stichtingen. Die zien hun portemonnee weer gevuld worden. En zolang wij met z’n allen in het sprookje blijven geloven dat ze de wereld echt willen verbeteren? Zo lang worden de rijken steeds rijker en de armen steeds armer.

Als je de dood kunt ruiken…

Als je de dood zou kunnen ruiken, dan heb ik dat gedaan. Ik  heb aan het bed gezeten van een gebroken man. Iemand die ik al decennia niet meer had gezien of gesproken. Iemand die ik alleen maar heb gekend als een levenslustig persoon. Iemand waarmee ik gelachen en gehuild heb. Maar ook iemand die ik heb vervloekt, verrot gescholden en uit mijn hart had geband.

Die man is niet meer. Hij is verworden tot een zielig hoopje mens. Ik zie een bleek gelaat met twee ogen die me enige tijd wezenloos aanstaren. Dan een blik van herkenning. Een vage glimlach. De hand die me probeert te grijpen maar waarin de kracht ontbreekt.

Hij is moe van het vechten tegen ondraaglijke pijnen. Moe van het zonlicht dat zijn slaapkamer probeert binnen te glippen. Hij wil niet meer en vraagt zich alleen nog maar af waarom  hij zo moet lijden. Een stem diep in mij zegt dat dit zijn straf is voor al het leed dat hij heeft berokkend. Het is verschrikkelijk dat je zoiets ook maar durft te denken. Ik heb die stem genegeerd. Omdat ik er van overtuigd ben dat niemand een dergelijk lot verdient. Wat hij ook heeft gedaan. Het is namelijk niet aan mij  om te oordelen en te veroordelen.

Dat bed met die gebroken man. Een aanblik die ik nooit meer zal vergeten.

Harteloze journalist…

Ik heb vandaag een hele boze moeder aan de telefoon gehad. Haar wereld was ingestort. Het leed dat haar was aangedaan tartte elke verbeelding. Ze klonk niet alleen kapot, ze was het ook. De vrouw was emotioneel diep geraakt en dat wilde ze mij even laten weten. Per slot van rekening was ik ook de persoon die dat had veroorzaakt.

Als je dat soort verwijten krijgt te horen, kun je twee dingen doen. Verontwaardigd reageren en de persoon in kwestie vragen waar ze het lef vandaan haalt om mij een harteloze, op sensatie beluste journalist te noemen of rustig achterover leunen, het verhaal aanhoren en heel begripvol antwoorden. Ik besloot het laatste te doen.

Het werd me al snel duidelijk dat ze grote moeite had met het feit dat de rechtszaak tegen haar zoon in de krant had gestaan. Wat haar betreft had het wel wat minder uitgebreid gemogen. De details over zijn alcoholmisbruik, de doodsbedreigingen en de mentale gijzeling waaraan hij zijn naaste omgeving had blootgesteld. Dat was weliswaar allemaal in de rechtbank besproken, maar waarom dat nog een keer in gedrukte vorm vertelt moest worden? Nee, dat kon ze niet begrijpen. Of het niet mogelijk was geweest om mijn pen even neer te leggen, even niks te noteren en in de huid van de ouders te kruipen. Er bij stilstaan dat ook zij slachtoffers waren.  Of ik wel in de gaten had dat zij door hun dorpsgenoten met de nek werden aangekeken.

Ik heb haar heel eerlijk gezegd dat er in mijn hele loopbaan nog nooit een zaak is geweest die me niks heeft gedaan. De een weliswaar wat meer dan de ander, maar ik heb mezelf er nog nooit op hoeven betrappen dat ik met een brede grijns op het gezicht Zittingzaal 14 ben uitgelopen omdat ik me kostelijk had vermaakt. Het is namelijk te triest voor woorden wat je daar soms meemaakt.

Ik heb haar echter ook heel eerlijk gezegd dat ik, al zou ik het nog zo graag willen, de waarheid op geen enkele manier geweld wil aandoen. Dat het niet zo kan zijn dat de boodschapper degene is die het kwaad heeft aangericht. Dat ik best rekening wil houden met de gevoelens van anderen, maar dat de uitkomst telkens hetzelfde zal zijn. Wat je als verslaggever ook voor de kiezen krijgt, je kunt er niet voor weglopen. Als ik dat zou doen, wordt het tijd om een ander vak te kiezen. En dat is precies wat ik volgens de vrouw maar eens zou moeten overwegen. ,,Want u kunt mij niet wijsmaken dat u ’s nachts rustig slaapt’’, hield ze me voor. Het zal haar vervolgens behoorlijk teleurstellend in de oren hebben geklonken om te moeten horen dat het tegendeel waar is. Ik slaap namelijk als een roos.

Hoewel haar boosheid iets was getemperd, had ik aan het einde van het telefoongesprek nog steeds het gevoel dat we nooit op één lijn zouden komen te zitten. Dat heeft niets met onwil te maken. Ik zou domweg niet weten hoe je aan de maatschappij moet uitleggen dat iemand met van alles en nog wat dreigt, maar het eigenlijk niet zo bedoelt. En dus eigenlijk een schouderklopje verdient omdat hij na lang zoeken eindelijk hulp heeft gevonden. Overigens wel nadat hij opnieuw een ernstig dreigement had uitgesproken.