Emailterreur…

Heel wat jaren geleden sprak ik met iemand die postduiven had. De man kon vol bewondering over zijn vogels praten. En dat was niet omdat ze zulke goeie brievenbezorgers waren, want die tijd hebben we wel achter ons liggen. Nee, zij hebben andere kwaliteiten. Zaken die wij kwijt dreigen te raken.

Er zijn van die momenten dat ik me serieus afvraag of er ooit mogelijkheden zullen komen om in tijd te kunnen reizen. Om eens te kijken hoe we ons met de omstandigheden van toen in de wereld van nu staande zouden houden. Waarom? Omdat je tegenwoordig geen scheet meer kunt laten of je hebt alweer een mailtje te pakken.

Kunt u zich de tijd nog herinneren dat we helemaal geen mail konden versturen? De postbode ons gewoon een brief kwam bezorgen? Het is gek, maar ik merk nu meer dan ooit dat mensen denken dat je de hele dag als een slaafse hond achter je toetsenbord zit. Net zo lang tot er weer een melding komt. You’ve got mail!

Het begint zo onderhand op een vorm van terreur te lijken. En het gekke is dat de meeste mails in een vragende vorm worden geschreven. Omdat mensen dan denken dat ze zeker antwoord zullen krijgen. En als je niet antwoordt heb je binnen de kortste keren nog een mailtje te pakken. Met daarin het verwijt dat je nergens op reageert.

Misschien moet ik van tactiek veranderen. Het voorbeeld gebruiken van de gemeente waar ik bijna net zo vaak over de vloer kom als mijn eigen woonplek. Hanteer ik een agenda met allerlei punten. Waaronder de ingekomen stukken. En die handel ik dan af naar belangrijkheid. Waarbij ik me het recht voorbehoud om een aantal voor kennisgeving aan te nemen. Lekker gemakkelijk. Of moet ik mijn emailadres helemaal verbergen? Omdat er altijd types overblijven die het leuk vinden om wraak op mij te nemen. Omdat ik kennelijk tegen een zeer been heb lopen schoppen?

Ik merk vaak dat, als ik ergens geconcentreerd mee bezig ben, de verleiding groot is om te reageren als er weer twee regels tekst de inbox in stuiteren. Wat zouden ze me nu weer gestuurd hebben? Een reactie op een van mijn blogverhalen? Een verzoek om een foto te maken? Iemand te helpen die wat minder vlot met woorden kan omgaan? Een mailtje vol onzinnige informatie, een waarschuwing of de een of andere dommerik die heel gemakkelijk aan mijn inlogcodes van de bank denkt te kunnen komen?

Hoe dan ook. Het doel is bereikt. De focus verdwenen. Niet zo handig, want om tot topprestaties te kunnen komen moet je een doel voor ogen hebben. Scherp en geconcentreerd blijven. Net als een postduif. Die kan dat namelijk als geen ander. Misschien dat al die anderen daar ook eens aan moeten denken alvorens ze in de digitale pen klimmen.

De vonk die inspiratie heet…

Inspiratie is een gek ding. Een vonk. Een lichtflits. Zonder de juiste mix van zuurstof en brandstof zal inspiratie echter op het zelfde moment verdwijnen. Wegsterven.

Mijn leven, mijn onderzoekende blikken en vragen, mijn meningen. Het zijn de grondstoffen voor de verhalen die als zaden wachten op de kans om te ontluiken. Ik draag ze altijd bij me. Ze zijn aanwezig als ik achterover leun om mijn werk te doen.

Maar al te vaak is het echter een gevecht om de gedachten te ordenen. Als leesbare alinea’s uit het toetsenbord tevoorschijn te halen. Het ruwe materiaal is er wel, maar de inspiratie blijft weg. De zuurstof is er wel, maar de brandstof ontbreekt.

En ik blijf in verwondering achter. Hoe kan dat? Hoe kan ik oogsten. Hoe mix ik de ingrediënten tot een geheel en laat de ontluikende zaden tot volwaardige producten uitgroeien? Oftewel, hoe schrijf ik…

In de afgelopen jaren zijn mij een paar dingen opgevallen. En dat is dat de meeste van mijn 590 verhalen de rechtbank als uitgangspunt hadden. Feit is ook dat de meest bekeken topics de termen ‘misbruik’ en ‘celstraf’ bevatten. Zou je derhalve moeten concluderen dat de wereld crimineler is geworden? Ik ben geen Maurice de Hond. En ik doe ook niet aan peilingen. U mag uw eigen mening vormen.

Ik kan zelfs vertellen wie er het vaakst een reactie heeft geplaatst, maar vindt u dat boeiend? Ik denk dat de persoon in kwestie dat zelf wel weet. Een opmerkelijk gegeven is ook ik van de duizenden commentaren die er zijn binnengekomen heel wat niet heb willen gebruiken. In begrijpelijk Nederlands zou je kunnen stellen dat die niet door de ballotagecommissie zijn gekomen. Gecensureerd omdat ze zelfs in gekuiste vorm nog te ver gingen.

Opvallend is ook dat mijn bezoekers niet alleen uit Nederland komen. Die gluren naar binnen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten, Amerika, Canada en Suriname. Om maar even wat te noemen. Je vraagt je af of het daar bivakkerende Nederlanders zijn die langskomen of dat er andere redenen zijn die hen op dit weblog doen landen.

En zo zijn er nog veel meer dingen die me bezighouden. Voor de inspiratie zorgen die ik nodig heb. Al was het alleen maar om te zorgen dat de motor blijft draaien. Op de juiste mix van zuurstof en brandstof. De vonk niet dooft…

Doe lekker normaal…

Het schijnt dat de hersenen van vrouwen zich anders gedragen dan die van mannen. Heeft met hormonen te maken. En dat maakt dat geen mens gelijk is. Je zou het niet zeggen als je sommige wereldburgers ziet. Op een steenworp afstand van mij loopt een echtpaar voorbij. Ze zijn al aardig op leeftijd. En als ik het een beetje goed inschat al heel lang getrouwd. Ze bewegen bijna synchroon.

Dat is overigens niet de enige overeenkomst tussen de twee. Ze hebben allebei een wandelstok in dezelfde hand. Ze hebben ook allebei dezelfde kleur jas aan, een soortgelijke zonnebril op hun neus en een paar wandelschoenen om hun voeten die waarschijnlijk in hetzelfde rek van de winkel hebben staan wachten tot het uniseks-koppel voorbij zou komen.

Terwijl het stel neerploft op een bank vraag ik me af waarom een deel van de mensheid er van alles aan doet om het hoofd vooral niet boven het maaiveld uit te steken. Niet op te vallen. Of zoals het stel misschien juist wel. Doordat ze krampachtig het tegenovergestelde proberen te bewerkstelligen. Zouden de oudjes wel weten wat uniseks inhoudt? Zich beseffen dat het eigenlijk wel zot lijkt dat ze als een Siamese tweeling door het resterende deel van hun leven reizen?

Ik begin me allerlei dingen te verbeelden. Neem in gedachten een kijkje in hun woning. Zie bij de ingang twee identieke schilderijtjes hangen. In de woonkamer staan twee stoelen waarvan zelfs de kreukels op dezelfde plekken lijken te zitten. In de badkamer staan twee bekers met kunstgebitten. Ik vraag me af of ze zich wel eens vergissen. Dat hij het vlees tussen de tanden wegpulkt wat zij een dag eerder heeft gegeten.

In de kledingkast mooie gladgestreken stapels kleren. Zelfs het ondergoed heeft een vouw zo scherp dat je er een plak brood mee zou kunnen snijden.  En weer bekruipt me het rare gevoel dat de man des huizes zich best eens in het stapeltje zou kunnen vergissen.

Aan het voeteneinde van het bed hangen twee broeken. Het is te hopen dat de man niet per ongeluk met het verkeerde been uit bed stapt. Je moet er niet aan denken wat de gevolgen zouden kunnen zijn als zij zich in het kledingstuk van haar partner laat zakken. En daarna veel te laat ontdekt dat het laatste stukje van de ritssluiting wel verdacht dicht in de buurt van haar middenrif geparkeerd staat.

We leven in een wereld vol uniseks. Zelfs in de Haagse politiek klinkt alles het zelfde. Geert Wilders beet minister-president Mark Rutte een poos geleden het volgende toe: ‘Doe toch eens normaal man.’ En in plaats van een origineel antwoord te formuleren, zei Rutte vervolgens: ‘Doe zelf lekker normaal man.’ Ik bedoel maar…

Lang zal hij leven…

Ergens las ik dat veel mensen op een begraafplaats toegeven blij te zijn dat ze er zelf niet liggen. Dat kun je natuurlijk ook makkelijk voorkomen. Ook al staat voor iedereen vast dat het leven niet meer is dan een station tussen geboorte en dood.

Voor mensen die me liever zien gaan dan komen heb ik een verheugende mededeling. Mijn sterfdatum staat gepland voor 21 juni 2034. U kunt uw agenda er in ieder geval op afstemmen. Mijn 79e verjaardag vier ik in het hiernamaals. Als ik tenminste op de kansberekeningen moet afgaan.

Tegenwoordig kun je alles laten uitrekenen. Je hoeft alleen maar wat gegevens in te vullen en je weet meteen of je partner er met een ander vandoor zal gaan, of je als arme sloeber de pijp uit gaat of dat je het resterende deel van je leven in weelde zal doorbrengen. De kans dat ik een loterij zal winnen is dermate klein dat ik er beter meteen mee kan stoppen.

Wees eerlijk, het is niet bepaald aanlokkelijk als je wordt verteld dat het scoringspercentage slechts 0,0002000 procent is. Dan ga je je toch echt afvragen of het nog wel zin heeft om mee te doen. Rijk worden kun je ook door heel hard te werken wordt er dan geroepen. Misschien heb ik jarenlang wel het verkeerde geluksgetal gebruikt. Ik dacht altijd dat het zeventien was, maar het blijkt tien te moeten zijn.

Da’s knap kloten, want nu mag ik in het vervolg niet langer dan tien minuten douchen, moet ik even snel zorgen dat ik er nog negen kinderen bij krijg, zal ik nog een keer moeten verhuizen en is het zaak om precies tien drankjes te drinken tijdens een avondje stappen. Niet meer, maar vooral niet minder. Oh ja, tien keer per jaar op vakantie gaan is eveneens een must en het aantal door mij gekochte auto’s moet in totaal tien worden.

Dat zijn nogal wat uitdagingen, maar de beloning mag er zijn. Het zal mijn kans op het winnen van een loterij namelijk flink vergroten. Met 0,0006500 procent om precies te zijn. Dat scheelt een slok op een borrel.

Doe ik bovenstaande dingen niet, hangt mij groot onheil boven het hoofd. Kan ik beter alles vermijden wat met het getal vier te maken heeft. Omdat dit cijfer in China en Japan synoniem staat aan de dood. In mijn auto zal ik dus voorlopig niet meer rijden en de twee tafeltjes in de kamer moeten er ook uit. Die zijn namelijk vierkant.

Misschien hoeven we helemaal niets te doen. Omdat de natuur het zelf wel regelt. Overlast door water en sneeuw, aardschokken, vulkaanuitbarstingen en een overdosis rampenfilms op de televisie. Het einde der tijden nadert met rasse schreden. Ik zit me ineens te bedenken dat het halen van mijn sterfdatum wel eens een utopie zou kunnen zijn. Nou ja, dan is er altijd nog een troost. Niemand gaat voor zijn tijd…

Houdt de dief…

Zit ik net een klusje op te knappen voor mijn baas, gaat die rottige telefoon. Ik schrik me bijkans wezenloos omdat het, op het rammelen van mijn toetsenbord na dan, het enige hoorbare geluid in de woonkamer is. En die telefoon van ons is er zo eentje die even warm draait en vervolgens een dosis herrie de lucht in slingert waar een krijsende baby stil van zou worden. Zo ervaar ik dat althans. Maar misschien ligt dat dan wel aan mij.

Ik moet ineens aan dat reclamespotje denken. Vrouw komt thuis, wil relaxen en telefoon gaat. Ze pleurt het ding vervolgens in een glas water. Dat heb ik even niet bij de hand, maar hete koffie lijkt me een meer dan volwaardige vervanger. De verleiding is groot, maar ik doe het toch maar niet. Het kan immers een klant zijn.

Die optie kan ik al snel terzijde schuiven als ik opneem met de woorden: ‘Goedemorgen, u spreekt met…..’ Veel meer kan ik niet uitbrengen omdat de beller me in de rede valt. Jemig, wat heb ik daar een hekel aan zeg. Maar goed, de boodschapper wil mij waarschuwen. Hij stelt zich voor als een medewerker van de bank waar ik al mijn zaken doe.

Ik ken hem niet. Hij mij kennelijk wel. Zelfs zo goed dat je er bijna van zou schrikken. Of ik mijn bankgegevens aan hem wil doorgeven. Er wordt namelijk op grote schaal fraude gepleegd met internetbankieren en alle gegevens moeten gecheckt worden om te voorkomen dat mijn account gehackt en mijn rekeningnummers vervolgens leeggeplunderd zullen worden. Als zo’n mededeling  geen indruk maakt op de argeloze burger weet ik het niet meer. Het bericht dat zelfs het landelijke nieuws haalt heeft ‘mijn contactpersoon’  niet tot inkeer gebracht. Hij denkt er zelfs van te kunnen profiteren.

Nou ben ik van nature vrij achterdochtig en dat is maar goed ook. Ik heb de laatste tijd namelijk net even te vaak van dat soort rare dingen gehoord. Om over de kromme berichten in mijn mailbox nog maar te zwijgen. De man kan dan ook lullen wat hij wil, mij krijgt hij niet te pakken. Ik maak een einde aan het gesprek en ga over tot de orde van de dag. Als het niet zo triest was, zou ik er om lachen. Niet alleen regeren is vooruitzien. Een goede diefstal vergt eveneens een grondige voorbereiding. En wees op uw hoede. Net als u denkt het allemaal wel te weten, verzinnen ze wel weer iets nieuws.

Vage herinnering…

Onze zolder lijkt wel iets op een tot rampgebied verklaard stukje wereld. Iets terugvinden waar je gericht naar zoekt is daar geen eenvoudige klus. Het mooie is wel dat je tijdens zo’n speurtocht nog wel eens op dingen stuit die je niet meer dacht te hebben. Vage herinneringen bijvoorbeeld.

We hebben dozen op zolder staan waar we sinds onze verhuizing eigenlijk nooit meer in gekeken hebben. Soms moet je wel eens wat opruimen. Om plek te maken voor nieuwe rommel. Mensen zijn namelijk net als die kleine beestjes in de tv-reclame. Hamsterruh……. !!!!

Al spittend stuit ik op een of ander schrift. Het ding is zo geel als een op kleur gekweekte kanarie en foeilelijk. Toch kan ik het niet laten om er even in te bladeren. Na een aantal pagina’s te hebben bekeken ben ik op het punt aanbeland dat weggooien nog de enige optie lijkt. Mijn oog valt echter op  een dag die ik aan een nader onderzoek besluit te onderwerpen. 

Het is een vrijdag in augustus. Een dag als vele anderen. Alle spullen bij elkaar gepakt en hup aan het werk. De vrachtwagens vliegen af en aan. Ze moeten allemaal geladen of gelost worden. Een iets te opdringerige chauffeur zet zijn dikke teen onder het wiel van de heftruck. Pijnlijk voor hem, maar eigen schuld. Ik had hem gewaarschuwd uit de buurt te blijven. ’s Avonds snel naar huis. Eten, omkleden en stappen met vrienden.

Halverwege het vergeelde stuk papier staan nog wat aantekeningen waarvan ik nu niet meer zou weten wat ze betekenen. O ja, en een telefoonnummer. De nullen zijn in hartvorm opgetekend. Zal vast van een of andere vlam zijn geweest. Wie weet wat ik met haar heb beleefd. Of misschien wel niet.

Ik leun tegen een ouwe stoel aan en probeer me een beeld te vormen van mijn leven zoals dat er in die periode moet hebben uitgezien. Wie waren toen mijn vrienden. Of mijn vijanden. Wat hield mij bezig. Zou ik toen al verdriet hebben gekend? Of was dat de fase van mijn leven waarin niets of niemand mij kon raken?

Ik pijnig mijn hersenen maar kom niet verder dan wat flarden. Alsof ik door een dikke mist probeer te kijken. Hoe goed ik mijn best ook doe, een duidelijk beeld ontstaat er niet. Geen details waar ik me aan vast kan klampen. Wat geweest is, is geweest. Nog net niet uitgewist, maar slechts een vage herinnering.