Roddeltantes…

Het is de eerste dag van september. Er heerst een ietwat rare sfeer. Alsof de maatschappij zich in een soort van vacuῡm bevindt. Net tussen vakantie en werk in. Mensen komen elkaar voor het eerst in weken weer tegen. Hebben de sporen van de overdaad aan vrije tijd in het gezicht gebrand staan. En ze moeten elkaar de belevenissen nog wel even vertellen. Je hebt ook een andere categorie. Die gaat niet meer op vakantie en heeft helemaal niks meer met werk. Ze zijn gepensioneerd. Hun leven kabbelt twaalf maanden per jaar in het zelfde tempo door. Ze vertellen elkaar ook van alles, al zijn het dan ook alledaagse dingen. Alhoewel….

Twee op leeftijd zijnde dames, we noemen ze gemakshalve maar Toos en Roos, komen elkaar voor een grote kledingzaak tegen. Ze kennen elkaar blijkbaar al jaren. Als je ze hoort praten heb je de neiging om even weg te lopen. Ze hebben het over zaken die je in mijn ogen beter niet op straat kunt gooien. En vooral niet met het aantal decibels dat zij uitspugen.

Toos: ‘Ach, heb je het al gehoord van Mien. Ze bazuint aan iedereen rond dat ik iets van haar gestolen heb. Hoe haalt ze het in haar hoofd. Ik zou niet eens wat van mijn kinderen durven stelen. Verschrikkelijk toch? Hoe kun je zo slecht over een ander denken?’

Roos: ‘Dat meen je niet. En weet je wat het is. Ik vertrouw je wel hoor, maar er zullen altijd mensen zijn die het gaan geloven. Al klopt er ook helemaal niks van. Mijn buurvrouw klaagt altijd dat ik zoveel van huis ben. Ja, het zijn toch zeker mijn eigen benen die me moeten dragen? Waar bemoeit iedereen zich mee. Ik heb zo’n hekel aan dat geroddel. Dat hoort niet.’

Toos: ‘Nee, maar je zit er mooi mee opgescheept. Ze kan niks bewijzen en toch krijg je een etiket opgeplakt. En je kunt haar er wel op aanspreken, maar dat helpt niks.’

Roos: ‘Ach, trek het je niet aan meid. Waait vanzelf weer over. Nou, ik moet er weer vandoor. Kom van de week nog wel even een bakje koffie bij je halen.’

Toos zegt vriendelijk gedag en schuifelt verder achter haar rollator. Einde verhaal zou je denken. Ware het niet dat Roos al snel  een andere gesprekspartner heeft gevonden. Die vertelt ze in geuren en kleuren over Roos en buurvrouw Mien. ‘Ze zegt weliswaar dat ze niks gestolen heeft, maar je weet het. Waar rook is zal ook wel vuur zijn’, vertelt ze en heft een waarschuwend vingertje ten hemel.

Eigenlijk zou je die kletstante op haar nummer moeten zetten. Maar ja, ik heb een hekel aan geroddel en bemoeizieke mensen. Dus laten we het zoals het is. Kijk ik ietwat meewarig naar Roos die nog bij Toos op de koffie moet. En vraag me af of ze al haar waardevolle spullen thuis zal laten. Of dat ze tijdens het bezoekje weer een heel ander deuntje zal zingen…

Bekrompen wereld…

Elona woont op de grens van Friesland en Groningen. In een klein dorpje waar iedereen elkaar kent. Waar je maar een scheet hoeft te laten om een stormwind te veroorzaken.

Het dorp is een schoolvoorbeeld van een gemeenschap waarin niets geheim blijft. Waarin iedereen denkt te weten dat het kind van de vrouw van de kroeghouder wel van de tennisleraar moet zijn.

Elona wordt gek van dat wereldje vol bekrompen zielen. Omdat er ook over haar wordt geroddeld. Ze staat op het punt om te vertrekken. Onder te duiken in een grote stad omdat ze daar tenminste ongestoord haar gang kan gaan. Zonder telkens op de vingers te worden gekeken. Zonder dat die wereldvreemde dorpelingen haar in bedekte termen komen vertellen hoe ze haar leven moet leiden.

Ze kan ontzettend boos worden als zo’n betweter haar er op wijst dat het die ene avond wel weer heel laat was geworden  dat ze thuiskwam. Dat ze haar zelfs konden vertellen met wie dat is geweest. Alsof ze achter de gordijnen hadden staan wachten.

Toen haar vader een poos ziek was en het bed moest houden, zagen ze  moeder telkens alleen met de hond wandelen. Op een gegeven moment zei iemand in de supermarkt tegen Elona het heel erg te vinden dat haar ouders gescheiden waren.

Het pak suiker dat ze wilde kopen had ze wel naar zijn hoofd willen gooien. Waar hij die wijsheid vandaan had gehaald. Nou ja, ze hadden haar vader  al een hele poos niet meer gezien. Dus…

Op het bankje onder de eeuwenoude kastanjeboom roddelen de zichzelf tot wijze mannen gepromoveerde oudjes iedere dag dat het een lieve lust is. Knettergek zou je er van worden. Elona krijgen ze niet zo ver.

Binnenkort laat ze het bekrompen wereldje achter zich. Misschien gaat ze in de grote stad wel de sloerie uithangen die ze toch al in haar  zien en zuipt ze zich elk weekend helemaal klem. Misschien duikt ze wel met de eerste de beste kerel het bed in die naar haar lacht. Gewoon, omdat ze zelf wil kunnen bepalen wat ze met haar leven doet.

Frits is een sukkel…

Frits is een sukkel. En weet u wat het ergste is? Het is nog zijn eigen schuld ook dat mensen op die manier tegen hem aankijken.

Het is allesbehalve leuk als je alle dagen thuis zit omdat je geen werk hebt. Omdat de maatschappij van mening is dat je te oud bent om nog ergens op een rendabele manier bezig te kunnen zijn. Ondanks dat hij zijn veertigste verjaardag nog maar net heeft gevierd.

Als het je dan toch lukt  wil je de schoenen van de man wil zoenen die je de kans heeft geboden om iets nuttigs te doen.

Het gaat allemaal van een leien dakje. Frits vindt het leuk wat hij doet. Heeft veel contact met de mensen. Voelt zich zowaar weer een gelukkig mens.

Op zeker moment komt er echter een kink in de kabel. Hij merkt al snel dat de cultuur op zijn werk er eentje van achterdocht en wantrouwen is.

Als er fouten worden gemaakt, krijgt Frits dat op niet mis te verstane wijze te horen. Moet hij maar niet zo stom zijn. De sukkel. Soms gebeuren er echter ook dingen waar hij part noch deel aan heeft. Maar ja, Frits is het pispaaltje. Waarom zouden ze hem dat dan niet gewoon ook maar in de schoenen schuiven?

Hij wordt onzeker, wantrouwt zijn collega’s en heeft het gevoel niets goeds meer te kunnen doen. Soms heeft hij er vreselijk de balen van. Dan wil hij het wel uitschreeuwen dat het afgelopen moet zijn met de heimelijke verwensingen aan zijn adres. Maar dat doet Frits niet. De sukkel. Hij houdt zich stil. Laat toe dat ze hem zwart maken. Omdat hij het niet ziet zitten dat hij weer op straat komt te staan.

En dat is precies wat er gebeurt. Verstoorde werkverhoudingen. Slecht in de groep liggen. Niet geschikt voor zijn werk zijn en niet met zijn collega’s kunnen communiceren. Het staat allemaal in het dossier dat de medewerker van de uitkeringsinstantie hem voorhoudt.  

Frits kan zichzelf wel voor de kop slaan dat hij het zo ver heeft laten komen. Dat hij niet eerder met zijn vuist op tafel heeft geslagen. Hij voelt zich een enorme sukkel en een mislukkeling. En het erge is dat hij het aan zichzelf te wijten heeft gehad.

U moet over humor beschikken…

Nicky zit momenteel druk in de sollicitaties. Er is gelukkig veel werk voor haar. De economie begint kennelijk weer wat op gang te komen. Zoals het zich nu laat aanzien kan ze zelfs heel rap weer aan de slag. En zo hoort het ook. Het is goed voor de pecunia en voor het zelfvertrouwen. Dat weet vast iedereen die wel eens zonder werk is komen zitten. Als het allemaal wat moeilijker gaat dan je had gehoopt, komt de onzekerheid om de hoek kijken.

Het is ook goed voor mij, want ik ben ook niet gemaakt om altijd iemand om me heen te hebben. In een van de vele vacaturebeschrijvingen kwam de titel van deze bijdrage voor. Het zal aan mij liggen, maar ik denk dan over degene die zoiets schrijft meteen het tegenovergestelde. Beelden van streng kijkende gereformeerden dringen zich aan me op. Van die kreukloze sjakies die vinden dat een grapje op zijn tijd moet kunnen. Huuuuu!

Zo is de overtollige toevoeging die je nogal eens in de synopsis van een hele slechte B-film ziet: ’Dolkomische verwikkelingen, dat wordt lachen’ ook steevast een waarschuwing. Oppassen, alleen kijken als je Benny Hill en scheetkussens het toppunt van humor vindt.

Een van de mooiste voorbeelden van mensen zonder gevoel voor humor zijn de door de publieke omroep ingezette ‘moderne’ moslima’s. De Meiden van Halal. Tenenkrommend kortzichtig, nooit uitdagend, nooit een keer zelfs maar de schittering van zelfreflectie. Ik weet het, er zijn andere, meer recentere voorbeelden. Deze is me echter al die tijd bijgebleven en is in mijn ogen op rake wijze neergezet door Teeuwen.

Des te duidelijker werd hun nono-status toen de meiden de duivel zelf in huis haalden voor een ‘pittig vraaggesprek’. Omdat Hans Teeuwen ooit een liedje zong waarin de kuise meiden in een seksuele context werden neergezet. Grappig volgens Teeuwen, beledigend volgens het trio presentatrices. Teeuwen moest op de pijnbank. Pijn voldoende, bij de Halal-lady’s dan. En tranen met tuiten om de verrassend leuke én helemaal rake reacties van Hansje. Zelfs daar kon hij het namelijk niet laten om de lolbroek uit te hangen.

Gevoel voor humor. Het is iets dat we veel te weinig tonen terwijl de meesten van ons het echt wel hebben. Maar als het al zo ver komt dat het als vereiste kwaliteit in een vacature wordt opgenomen? Als je nog moet vrágen om humor… Tja, dan weet ik het ook niet meer.

Met dank aan Sjoerd. Ik heb niet de tijd gekregen om hem te leren kennen..

http://www.sexample.nl/blog

Een zinloze discussie…

Wat denkt u. Is er op deze toch wel vrij sombere augustusdag nog tijd voor een zinloze discussie? Sterker nog, heeft u het geduld er voor? We kunnen allerlei onderwerpen aandragen om ons ergens kwaad over te maken, te verbazen of klakkeloos aan te nemen. Neem nou bijvoorbeeld het milieu.

Hoe ik daar ineens op kom? Niet zo moeilijk. Ik was enige tijd geleden op de plaatselijke vuilstort. Je hoeft er maar een paar minuten rond te kijken om te ontdekken hoeveel een mens eigenlijk weggooit. Ik breng het dan nog netjes nar de plek waar het hoort, maar het kan ook anders. Vervuiling zie je namelijk overal. We vervuilen om de doodeenvoudige redenen dat we bestaan, consumeren en verkwisten. De grote vraag is in welke mate we vervuilen en of er toch een soort van noodzaak bestaat om al die viezigheid achter te laten.

De grootste vervuiler bij ons thuis is nog maar drie jaar jong. Hij heeft een onstilbare honger, moet geregeld gecontroleerd worden en kost me soms zakken vol euro’s. De auto dus. Als we echt iets om het milieu geven is het natuurlijk erg gemakkelijk om de vierwieler de deur uit te doen. Verleidelijk, maar er kleven ook heel wat nadelen aan. We worden met z’n allen bijvoorbeeld een stuk minder mobiel.

We zouden natuurlijk ook kunnen overwegen om wat minder nutteloze dingen te kopen die uiteindelijk toch op de stortplaats belanden. Weet u wat een hele simpele oplossing is? We nemen gewoon geen kinderen meer. Ik heb daar persoonlijk geen problemen mee. Bij ons komen ze namelijk alleen maar over de vloer als ze gebracht worden. Lekker gemakkelijk, ik weet het. Erg realistisch is het ook niet, maar ik heb u gewaarschuwd. Het zou een zinloze discussie worden.

Andere optie dan. We zetten alle huisdieren op straat. Enig idee hoeveel vervuiling katten, honden en andere knuffel- of aaibare dieren met zich meebrengen? Eigenlijk zijn het maar nutteloze beesten. Ze eten, slapen, schijten, eten, slapen… Nou ja, u weet wel wat ik bedoel. Daar komt nog bij dat de viervoeters nooit in staat zullen zijn om een bijdrage te leveren waar de maatschappij later ook nog wat aan heeft.

En welke hond, kat of cavia zorgt er straks voor dat mijn AOW, waar nu al zo vreselijk aan getrokken wordt, op termijn betaalbaar blijft? Dus leg ik hier de vraag neer. Als we moesten kiezen, wat zou het dan worden. De auto? Of toch het huisdier…

Busje komt zo…

Bent u de afgelopen tijd wel eens met de bus op pad geweest? Voor mij was het al weer jaren geleden. Toen ik mijn rijbewijs had gehaald en de trotse bezitter van een auto was, maakte zich een ongekend gevoel van vrijheid zich van mij meester. Nooit meer dat gedoe met het controleren van de reistijden. Gewoon weg kunnen gaan wanneer je zelf wilt.

Toch heb ik af en toe de neiging om de auto te laten staan. Gewoon omdat ik soms geen zin heb om altijd alert te moeten zijn. Dan is het wel lekker om iemand anders de verantwoording te laten dragen voor zijn verkeersgedrag. Heerlijk achterover leunen en kachelen met die handel. Hoewel het in de regel minder snel gaat als met de auto, kom je met het openbaar vervoer ook wel van het ene naar het andere punt.

Een van de mooiste dingen aan een busreis is, dat het beter is voor het milieu. Maar daar zult u mij verder niet over horen. Als we vanaf het station vertrekken, valt het me op dat sommige kinderen een eindje met de bus meerennen. Ze lijken het prachtig te vinden. Het doet me denken aan een hond bij ons uit de buurt. Hij ziet zo ongeveer elke auto als een potentiële indringer van zijn territorium en maakt er dan ook jacht op. Even maar, want het is natuurlijk wel een ongelijke strijd die hij aangaat.

Wat me ook opvalt is dat er vaak interessante mensen meereizen. Hoe komen al deze mensen in de bus terecht? Hebben ze dezelfde ideologische achtergrond als ik? Willen ze ook iets voor het milieu doen? Ik zou het niet weten. Het is wel leuk overigens om te horen wat voor discussies zich er allemaal ontvouwen op een busrit. Zo ontspon zich onder andere een interessant debat over de opwarming van de aarde. Voor- en tegenstanders probeerden elkaar van hun gelijk te overtuigen. Voorin de bus zat een zwaar bepakte man. Hij was net terug van een hele lange vakantie en had een berg beklommen. De bebaarde wereldreiziger deelde zijn ervaringen met de andere passagiers. Bijvoorbeeld over de ontberingen die hij had doorgemaakt en hoe hij zich daar kranig doorheen had geslagen. De reizigers hingen ademloos aan zijn lippen.

Een klein jochie lijkt het allemaal niet zo boeiend te vinden wat er om hem heen gebeurt. Hij maakt af en toe zijn wijsvinger nat en tekent poppetjes op het raam. Dat z’n moeder het allemaal niet zo leuk vindt lijkt hem niet te interesseren. Ze kijkt en paar keer op uit een vrouwenblaadje dat ze leest om het kereltje vermanend toe te spreken, maar zodra ze zich weer in de laatste gedrukte roddels heeft verdiept, gaat de jeugdige Rembrandt onverstoorbaar verder. De bus, het is de maatschappij in het klein. Onderschat dus nooit het maatschappelijke nut van dit vervoermiddel.