Geen zin meer om te vechten…

Ik moet hier weg. Nee. Ik wil hier weg. Omdat het in mijn ogen geen zin heeft nog langer ergens te zijn waar je niet wilt zijn. Ik wil ontsnappen. Aan de dagelijkse realiteit. Mezelf in het niets kunnen laten verdwalen. Stilte, waarom kan ik niet een beetje stilte krijgen. Rust in mijn hoofd. Mijn gedachten op een rijtje kunnen zetten. Het lukt me gewoon niet.

En op begrip van mijn omgeving hoef ik niet te rekenen. Waarom zouden ze ook. Mijn lichaam en geest zijn stukje bij beetje aan het afbrokkelen. Ik sleep mezelf van de ene naar de andere dag. Omdat er geen andere keus overblijft.

Het begon allemaal toen ik een jaar of tien was. Ik was kennelijk een gemakkelijk slachtoffer. Omdat ik toen al niet in staat was om mensen te vertrouwen. Daar was wel een reden voor, want thuis was het allesbehalve koek en ei. De voortdurende ruzies van mijn vader en moeder hebben me mentaal gesloopt. Elke keer als ik tussenbeide probeerde te komen werd ik aan de kant geschoven. Moest me er niet mee bemoeien. Nee verdorie, maar aanhoren mocht ik wel.

Uiteindelijk barstte de bom. Werden de scheldkanonnades opgevolgd door fysiek geweld. Vertrok mijn vader. Ik ga niet met een beschuldigende vinger wijzen. Al zou ik het wel kunnen doen. Maar wat heeft het voor zin.

Ik haat mezelf dat het me niet is gelukt een beetje orde in mijn leven te scheppen. Iedereen om me heen heeft vrienden. Ik niet. Omdat ik het niet kan. Ben van nature nogal verlegen en terughoudend. En daarom krijg ik nu ook van mijn omgeving de volle laag. Op school, buiten school. Het maakt niet uit.

Ik ben het meisje dat raar doet. Niet met de pesterijen van anderen wil meedoen en dus hebben ze van mij een onderwerp gemaakt. Uitgescholden, uitgesloten van het normale schoolleven. Tussen de lessen door maar hopen dat mijn spullen nog daar zijn waar ik ze had achtergelaten. Iedere dag weer.

Ik kan het niet meer. Voel me verteerd door de gedachte dat het beter is om uit het leven te stappen. Ik heb het al meerdere keren geprobeerd te doen. Dan sta ik op een brug of op de pier. Staar eindeloos lang naar het water en durf de daad niet bij het woord te voegen. Dan voel ik me weer gefrustreerd. Door mijn eigen lafheid. In staat om mezelf te slaan. Mijn nagels diep in mijn armen te zetten. Me open te krabben. Zelfs daar heb ik het lef niet voor.

Het laatste restje energie vloeit uit mijn lichaam weg. Mijn geest is verneveld. Ik voel me slap. Kan nergens heen. En dan lees ik het verhaal van Fleur. Zo herkenbaar. Zo wanhopig op zoek naar erkenning. Ze is er niet meer. Zou ze de rust hebben gevonden die ze zocht?

Kon ze het mij maar vertellen. Misschien zou het helpen bij het nemen van een besluit. Het besluit om een einde aan mijn waardeloze leven te maken. Ontsnappen aan alle verwarring, de ongeordende gedachten. Ik heb geen zin meer om te vechten.

Janet

Naschrift: We hebben de inzender van dit verhaal absolute anonimiteit moeten beloven alvorens we het zouden publiceren. En dat besluit respecteren we. Janet is dan ook een gefingeerde naam. Wel hebben we haar enkele adressen en telefoonnummers van instanties doen toekomen waar ze hulp kan krijgen. Hopelijk doet ze er iets mee en zien we haar hier nog eens terug…

Grote jongens van twaalf…

Het is net een week te vroeg. De week van ‘het pesten’ begint volgende week pas. Vele doden ten spijt. Wat richt het een ellende aan. Doffe grappen met gehoon en lachen. Negeren en wegjagen. Zo jong als het begint, het eindigt ook vaak te jong. Nu kunnen we een aantal dingen doen. Het laten zoals het is, laten ingrijpen door een veel te drukke leraar of lerares of nog erger; door een ongeïnteresseerde leraar of lerares. Een briefje schrijven kan ook. De directie op de hoogte stellen is eveneens een mogelijkheid. De kans is aanwezig dat deze directeur het kind in kwestie niet eens zo goed kent maar dan doe je alles natuurlijk volgens keurig nette wegen. Dat er via deze U-bocht geen donder van terecht komt is een ding wat zeker is, lees hier de gevolgen en ook hier.

Je kunt er van denken wat je wilt, een softe aanpak leidt tot niets. Pesters vinden het veel te leuk om op deze manier aandacht te krijgen die ze thuis niet krijgen en maken op niet mis te verstane manieren gebruik van hun lachwekkende ‘macht’. Wat ze doen maakt niet eens zo veel uit, als ze maar lekker hoog in rang staan in een groep. Als er om hun maar gelachen wordt.

Het zijn stakkers. Eenzame, zielige lui met een hang naar zelfverheerlijking. Zij putten kracht uit de diepe dalen van anderen en eenmaal beet, dan is de ellende een feit. Geen leraar of mentor of directie kan dit verhelpen omdat er teveel nadruk wordt gelegd op de naam van de goede school. Dat mag immers nooit worden aangetast.

De meeste scholen hebben een fantastisch pestbeleid. Daar wordt vrijwel niets mee gedaan maar je kunt het er maar hebben liggen. Doet het altijd goed bij ouders die hun kind aanmelden op een school want pesten kan niet meer in deze tijd. Dat is iets van de jaren zeventig. Toen werd er geen aandacht aan geschonken. Het is niet anders. Toch?

Wat je ook als ouder kunt doen bij vermoedens of bevestiging van vermoedens is na een aantal slapeloze nachten en slecht etende kinderen zelf eens op school afstappen. Dan stap je de klas in waar de klootzakjes zich bevinden. Je kind is natuurlijk op de hoogte en voelt zich gesterkt, en dan lees je het relaas voor van een meisje. Dat ze voor de trein sprong kun je noemen. Je kunt vragen of ze op een papiertje schrijven wat hun probleem is met jouw kind. In één woord.

Kunnen ze dat niet of nog erger; liegen ze, dan mogen ze mee naar de directie. Wat je ook kunt doen is de namen plaatsen in een krant of op een internetsite. Kan ook. Er kan genoeg. Er moet genoeg. Van de zachte aanpak moet je liefhebber zijn. Het moet iets doen. Een kwartiertje nablijven na een jaar vol pesten is een grote lachbui en ga daar ook nooit mee akkoord.

Regel dat op een andere manier. Stap de klas in met je kind. Ook al voel je tegenstand van de leraar want laten we wel zijn, pedagogisch is het niet maar pesten zeker niet. De school zorgt voor veiligheid op die school. Lukt dat niet, dan ga je dat regelen. Dan noem je in de klas de naam van een echte vriend van je kind en bedankt hem dat hij zo lief is en zich een ware kameraad heeft getoond.

De rest van de inmiddels bekende namen kijk je aan. Zij mogen een briefje schrijven met daarop één woord. Degene die ontkent heeft een probleem. Die mag mee naar de directeur die waarschijnlijk niet eens begrijpt over welk kind het gaat en nog voor de middag zijn de ouders daarvan gebeld. Is dat ook een probleem, dan bel je ze zelf.

Dan neem je je kind mee naar buiten en ga je naar huis. Op een school zitten met lood in je schoenen is niet pedagogisch. Buikpijn krijgen van de rotzakken evenmin en een leraar of lerares vol onbegrip daar leren we niets van. Daar word je ziek van. Letterlijk.

Aanpakken. Het kan niet anders. Het stopt niet anders.

Shared via Karin Rixt

Naschrift: Dat je de pester moet aanpakken is wel duidelijk. Het blijft altijd maar weer de vraag hoe. Pesters zijn kinderen wiens gedrag niet klopt. Zij moeten gecorrigeerd worden. Het is in mijn ogen dan ook erg belangrijk om pestgedrag in de kiem te smoren. En eigenlijk begint dat al thuis. Door er met ouders over te praten. Waarom wordt er gepest. Is er misschien een diepere reden die achter dit gedrag schuilgaat? Wat de werkelijkheid ook is, als je niet tot de kern van het probleem raakt zal er nooit een oplossing komen.

Borrelende lava…

Bas is een kereltje van een jaar of vijf. Het is een kereltje zoals zovelen. Beweegt zich onopvallend tussen de andere kinderen. Is het typische voorbeeld van dertien in een dozijn. De blonde krullenkop is, zonder aanwijsbare redenen, constant het middelpunt van pesterijen. En het is meestal Kareltje die zich daar schuldig aan maakt.

Vaak zijn het kleine pesterijtjes zoals het afpakken van zijn schooltas. Spullen door de klas gooien of zijn jas van de kapstok halen en ergens anders verstoppen. Ook als het duo de basisschool is ontgroeid, ze de leeftijd hebben bereikt dat het vrouwelijke geslacht in beeld komt, zelfs dan kan Karel het niet laten om Bas op de huid te zitten. De notoire pestkop weet er altijd mee weg te komen.

Op zekere dag is het echter genoeg geweest. Bas pikt het niet meer. Als Karel hem voor de zoveelste keer heeft uitgedaagd, slaan de stoppen door. Alle opgekropte woede komt naar boven. Als borrelende lava uit een slapende vulkaan. Karel stond op dat moment te dicht bij de krater van de ontwakende reus. Hij komt ten val en raakt gewond. Het had niet mogen gebeuren maar het is zo gelopen. Sterker nog, het was onvermijdelijk.

Bas is nog maar negentien lentes jong als hij zich voor de mishandeling moet verantwoorden. Dan vertelt hij ook over de verschrikkelijke gevolgen die pesterijen kunnen veroorzaken. Tot aan zelfmoord toe. Daar zijn voorbeelden genoeg van. Er is begrip voor het feit dat Bas van zich af heeft gemept. Omdat Karel nou niet bepaald bekend staat als het lieverdje van het dorp.

Eigenlijk moest het wel een keer mis gaan zeggen velen nu. Wat raar dan dat ze dat niet eerder hebben ingezien. Karel tot de orde hebben geroepen voor hij een pak slaag kreeg waar hij weken later de pijn nog van heeft gevoeld. Hij zal het wel uit zijn hoofd laten om zich een tweede keer zo dicht bij de krater te wagen. Kent nu de kracht van het gevaar dat daar op hem loert.

 

 

Waarom moeten ze mij hebben..?

Het is regenachtig. Ik wil steeds sneller fietsen en weet eigenlijk niet waarom ik dat doe. Misschien hoop ik wel dat ze er niet staan. Dat ik eindelijk een keer met rust gelaten wordt. Ik ben het getreiter en gepest zat maar durf er niets tegen te doen. Omdat ik weet dat ze me dan de volgende keer weer zullen pakken. Ik heb het me al zo lang afgevraagd. Waarom moeten ze juist mij hebben? Omdat ik een gemakkelijk slachtoffer ben? Omdat ze wel weten dat ik me niet durf te verweren?

Het gedonder begint meestal al op school. Daar durven ze niets te doen maar worden er vaak opmerkingen gemaakt als ‘Wacht maar tot je naar huis moet. We krijgen je wel na schooltijd. Begin je al bang te worden?’ En meestal weet ik het dan wel. Dat ze me opwachten op dat vervelende stuk onverlichte fietspad. Net voor dat houten bruggetje. Dan weet ik ook dat er klappen zullen vallen en er met mijn spullen wordt gegooid. Die ik dan weer uit de modder moet oprapen. Om vervolgens thuis te vertellen dat ik van de fiets ben gevallen.

Natuurlijk lijkt het veel gemakkelijker om mijn ouders de waarheid op te biechten. Dat heb ik ooit eens geprobeerd. Het enige dat ik trof was onbegrip. Mijn moeder vond dat ik me niet zo moest aanstellen en mijn vader zei alleen maar dat ik van me af moest slaan.

Ja, daar heb je wat aan. Wat moet je als eenling doen tegen een groepje pesters. Nog meer ellende over jezelf afroepen? En dus onderga ik de vernederingen, wordt het een ritueel dat onderdeel van mijn leven is geworden. Hoop ik in stilte dat het ooit zal verdwijnen. Dat ze het opgeven omdat ik niet tegenstribbel en er op die manier geen lol meer aan beleven om mij te pesten.

Ik wil dat het ophoudt. Maar wie stopt de pesters als zelfs je ouders je weigeren te geloven?

In de verte doemt het bruggetje op. Mijn hart gaat steeds sneller kloppen. Ze staan er weer. Wat moet ik doen? Heel snel doorfietsen in de hoop dat ze me niet kunnen stoppen? Dat zal lastig worden op zo’n smal weggetje. Paniek maakt zich van mij meester als ik bedenk wat me te wachten staat. Mijn benen worden opeens heel zwaar.

Ik merk dat ik steeds langzamer ga fietsen. Als ik dicht genoeg bij het bruggetje ben gekomen om de gemene grijns op de gezichten van de jongens te kunnen zien, trap ik op de rem. Een ogenblik later vlucht ik weg, fiets dezelfde weg terug die ik net heb genomen. Durf me niet eens om te draaien om te kijken of ze me achterna zijn gekomen.

Helemaal buiten adem zie ik een strook groen en besluit me daar te verstoppen. Het zal ongeveer een uur zijn geweest, maar voor mijn gevoel heb ik er veel langer gezeten. Uiteindelijk stap ik weer op mijn fiets. Doorweekt van de regen rij ik weer richting bruggetje. Gelukkig, ze zijn vertrokken. Thuis aangekomen krijg ik de wind van voren. ‘Waar kom je in hemelsnaam zo laat vandaan?’, luidt de vraag. Ik doe geen enkele moeite om ze te vertellen wat me is overkomen. Ga naar mijn kamer en val huilend in slaap…

RED: Bovenstaand verhaal berust op waarheid. Uit overwegingen van privacy hebben we, op verzoek van de inzender, namen en locaties weggelaten. Een en ander heeft te maken met het feit dat zij nog steeds het slachtoffer van pesterijen is. De redactie van Webjournaal heeft haar een aantal adressen gegeven waar ze om hulp kan vragen.

De omgekeerde wereld…

De manier waarop kinderen worden opgevoed dreigt een nieuw taboe te worden. In toenemende mate blijkt dat niemand een ander nog op zijn of haar gedrag aanspreekt. Laat staan er iets over durft te zeggen. Bijvoorbeeld over kinderen die onuitstaanbare trekjes vertonen. Hun leeftijdsgenoten het leven zuur maken. Met soms desastreuze gevolgen. En het meest erge van dit alles? Ze mogen het ook ongestraft op school doen. Omdat je als leerkracht heel erg op je tellen moet passen. Voor je eigen hachje moet vrezen…

Hoe lang tolereren we nog dat kinderen respectloos met hun leeftijdsgenoten omgaan, ze voortdurend buitensluiten of ze allerlei minder aangename verwensingen naar het hoofd slingeren. Of moeten we wachten tot de deur van een klaslokaal open zwaait en het slachtoffer een dader wordt? En er in het wilde weg op alles wordt geschoten wat beweegt? Kortom, taferelen meemaken die we alleen maar van de VS kennen. Of wachten we tot de volgende leerling voor de trein springt…

Veel pestgevallen raken niet bekend door de enorme angst die onder slachtoffers leeft. Ze durven er met niemand over te praten. Vaak zelfs niet met hun ouders. Scholen hebben inmiddels allerlei manieren ontwikkeld om pesten tegen te gaan. Er wordt veel aandacht besteed aan het voorkomen van pesten. Zoals groepsvormende opdrachten tijdens de mentorles en buitenschoolse activiteiten om de groep maar zo sociaal mogelijk te maken. Mocht er gepest zijn, dan kunnen leerlingen dit melden bij hun mentor. Bij een leerkracht waar ze vertrouwen in hebben of bij een door de school aangestelde leerkracht die de rol als vertrouwenspersoon vervult.

Het is de waanzin ten top dat leerkrachten zich door hun leidinggevenden in de steek gelaten voelen…

Wellicht is pesten niet helemaal uit te bannen maar we zullen er in elk geval voor moeten zorgen dat gepeste kinderen bij iemand, een aardige leraar Duits of een mentor met een goed luisterend oor, terecht kunnen. Iemand waar ze het volste vertrouwen in hebben dat die hen kan helpen.

Met z’n allen keuren we pesten af. Met z’n allen lopen we mee in stille tochten. Met z’n allen zeggen we dat we er iets aan doen. Maar waarom stopt het niet? Mag ik het in dat licht bekeken vreemd vinden dat een leerkracht er door leidinggevenden op aangesproken wordt als de scholier op de vingers wordt getikt? Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld?
Uit de duim gezogen denkt u? Vergeet het maar. Ik kan u zo een voorbeeld noemen. En over de angst die bij leerkrachten ontstaat. Het is de waanzin ten top dat zij zich door hun leidinggevenden in de steek gelaten voelen. Dat zelfs zij zich, zolang er geen protocollen komen die hen beschermen, niet meer veilig voelen. En dat ze pestgedrag in wezen maar moeten toestaan.

In mijn ogen heeft het er alle schijn van dat sommige schoolbesturen pesterijen het liefst onder het tapijt wegmoffelen. Afdoen als onschuldige plagerijen. En de meldingen daarover belonen met een formele klacht tegen de leerkracht die ook maar het lef heeft om zijn of haar mond open te trekken. Uit angst dat de naam van de school besmet wordt verklaard. Ouders hun kroost elders dreigen onder te brengen. Die angst lijkt groter te zijn dan de wil om een einde aan dit soort praktijken te maken.

Wat je dan allemaal over je heen krijgt is onvoorstelbaar. Intimiderende pesters blijken zo gehaaid dat ze de rollen omdraaien…

Wanneer pestgedrag eenmaal gemeld is, dient dit door scholen serieus te worden genomen. Helaas hebben we te maken met een generatie leidinggevenden die leerlingen met ongewenst gedrag niet aanspreken. En dan sta je voor een dilemma. Zeg je er zelf iets van of laat je het slachtoffer aan zijn lot over.

Ooit ben je begonnen als jonge leerkracht met veel idealen. Gaandeweg kom je erachter dat kennis overdragen slechts een deel van je leraarschap is. Merk je dat het veel belangrijker is dat je talenten van leerlingen kunt ontwikkelen. Dat ze kunnen opgroeien tot een bepaalde persoonlijkheid. Zoiets lukt alleen in een omgeving waar de leerlingen zich prettig voelen. Dus kies je ervoor om de veiligheid van het slachtoffer te waarborgen.

Wat je dan allemaal over je heen krijgt is onvoorstelbaar. Intimiderende pesters blijken zo gehaaid dat ze de rollen omdraaien. Niet zij hebben een leerling van de trap gegooid en roddels over het slachtoffer verspreid. Nee jij, de leerkracht, hebt de pester geïntimideerd. Ouders komen meteen in het verweer, melden je ‘intimiderende’ gedrag bij je leidinggevenden. Zonder vraagtekens te zetten gaan ze mee in het verhaal van ouders. Intussen melden deze terloops dat ze je thuis wel even zullen opzoeken. De appel blijkt dus niet ver van de boom te vallen.

Zich verschuilend achter procedures wordt een extern vertrouwenspersoon, die een neutrale rol hoort te spelen, ingeschakeld. Wanneer ook hij de zijde van de ouders en de pestkop kiest heb je een officiële klacht aan je broek hangen. Gevolgd door een schorsing. Die even later weer opgeheven moet worden omdat de door de pestkop genoemde ‘feiten’ niet bewezen kunnen worden.

Wanneer zij geen actie ondernemen brand je je vingers er niet meer aan. En dat vooral vanuit de angst…

Je bent nog steeds geen doemdenker, maar begint zo langzamerhand pessimistische trekjes te krijgen. Een aantal jaren geleden had je nog de instelling dat je er alles aan zou doen om gepeste leerlingen te beschermen. Om ze weerbaarder te maken. Pesters werden door jou geconfronteerd met hun woorden en daden. In het huidige onderwijssysteem kan dat blijkbaar niet meer. Ze één op één aanspreken durf je nu niet meer, waardoor je de leerlingen die je steun nodig hebben, niet meer voldoende in bescherming kunt nemen.

Die durf is je door het gebrek aan steun van en wantrouwen in je leidinggevenden afgenomen. Een hele trieste zaak. Het enige wat je nog kunt doen is pesters in de groep op hun uitspraken en gedrag aan te spreken. Daar zullen ze niet blij mee zijn. Maar helaas kan dat dus alleen maar meer in het bijzijn van anderen. Dan zijn er tenminste getuigen die jouw rol kunnen aangeven. Daarnaast blijf je pest- en wangedrag melden bij je leidinggevenden. Maar wanneer zij geen actie ondernemen brand je je vingers er niet meer aan. En dat vooral vanuit de angst om weer door een stel respectloze ouders te worden aangeklaagd. En het risico dat leidinggevenden je opnieuw volledig in de kou laten staan.

Jaren geleden idealistisch begonnen, maar door al het voorgaande heb je het even helemaal gehad met het onderwijs. Je stevige persoonlijkheid loopt een enorme deuk op en je voelt je fors beschadigd. Gelukkig heeft ieder nadeel ook zijn voordeel. Je krijgt vanuit allerlei hoeken hartverwarmende reacties. Fantastisch opgevangen door je naaste collega’s, opbeurende reacties van je leerlingen en hun ouders. En heel langzaam keert je enthousiasme weer terug.

De wonden zijn nog lang niet geheeld, maar je gaat ervoor om het zelfvertrouwen te herwinnen. Ook ontdek je dat verreweg de meeste leerlingen je een forse dosis energie bezorgen. Daaruit blijkt maar weer eens dat leerlingen en leerkrachten elkaar nodig hebben. Het lijkt een soort kringloop waarbij je elkaar kunt opstuwen tot betere prestaties. Je weer helemaal je ding kunt doen zoals je al die jaren gewend bent geweest, want leraar zijn blijft hoe dan ook een heel mooi vak.

Seks in het noodlokaal (2)…

De inmiddels 70-jarige ex-rector van Het Hogeland College hult zich in stilzwijgen. Wat er gezegd dient te worden, laat hij door zijn advocaat doen. Af en toe nipt hij nerveus aan een glaasje water. Het merendeel van de zedenzaak lijkt langs hem heen te gaan. Dat was tijdens de eerste zitting begin maart ook al zo.

Toen werd hem misbruik van een minderjarige ten laste gelegd. Een feit gepleegd tijdens een vijf jaar geleden gehouden muziekfeest op Het Hogeland College in Warffum. Seks in een noodlokaal met een 15-jarige. Een kind nog waarvan de man toen dacht dat zij net zo verliefd op hem was als hij op haar. Dat bleek niet het geval te zijn. De officier haalde destijds hard uit. Ze eiste acht maanden cel voor het moreel verwerpelijke gedrag van de Noord-Groninger.

De zaak kwam echter niet tot een einde. Advocaat Oscar Schuur, die de verdediging van de verdachte voerde, kwam met een vertrouwelijk stuk op de proppen. De rechters zouden dat maar eens moeten lezen. Ze zouden dan wel tot de conclusie komen dat het slachtoffer niet altijd even betrouwbaar zou zijn. De rechtbank velde een tussenvonnis en besloot het onderzoek te heropenen. De politie moest uitzoeken hoe de advocaat aan het stuk was gekomen.

Is het voor een school toch al niet prettig om in verbinding te worden gebracht met een zedenzaak, dinsdag werd het er niet beter op voor het HHC. Uit het onderzoek kwam namelijk naar voren dat de mentor van het slachtoffer het stuk van het meisje had gekregen. In vertrouwen wel te begrijpen. De lerares hield het echter niet voor zich. Ze speelde het document door aan de verdachte. Omdat ze zijn verhaal geloofwaardiger vond klinken dan de verklaringen van de 15-jarige.

De school had intussen al een informatieavond belegd. Om de onrust weg te nemen die was ontstaan nadat de strafzaak de media had gehaald. Ook de huidige rector kreeg bezoek van de politie. Zij vertelde het verbijsterend te vinden dat een van haar collega’s met een vertrouwelijk stuk aan de loop was gegaan. Dat ze de vrouw daar ook op had aangesproken en dat ze op de vingers was getikt.

De officier van justitie haalt opnieuw uit. Ze verwijt de advocaat van de verdachte dat hij op een onrechtmatige manier aan bewijsmateriaal is gekomen. Dat mag volgens haar dan ook niet in het dossier opgenomen worden.  Het zou schade aan het slachtoffer toebrengen. Belangen waar de raadsman in de ogen van de officier rekening mee moet houden. Schuur hoort het pleidooi hoofdschuddend aan en werpt tegen dat hij helemaal geen rekening met het slachtoffer hoeft te houden. Dat hij al zijn energie in de verdediging van zijn cliënt behoort te steken.

De rechtbank deelt zijn mening. Met het wetboek in de hand maakt men de officier duidelijk dat het rapport weliswaar vertrouwelijk is, maar dat geheimhoudingsplicht niet voor de docente geldt. Het feit dat het slachtoffer het document aan haar lerares heeft gegeven maakt dat het ‘uit de sfeer van de geheimhouders is gehaald’, aldus de rechtbank. Geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijs dus.

De bespreking van het rapport vond achter gesloten deuren plaats. Voor de officier bleek er naderhand geen enkele aanleiding te zijn om de reeds geformuleerde eis te wijzigen. Acht maanden brommen dus voor de voormalige rector.  Als de rechters dat over twee weken tenminste ook vinden.

Update 7 juni 2010: Niks brommen en dat is de schuld van justitie vindt de rechtbank. Hadden ze de man maar eerder moeten vervolgen. De oud-rector is veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur. Ook moet hij het slachtoffer een schadevergoeding van ruim tweeduizend euro betalen.