Verrotte maatschappij…

We jammeren en jeuzelen wat af in ons kikkerlandje. Kreunen en steunen om het hardst als er weer nieuwe bezuinigingsmaatregelen worden afgekondigd. Roepen voor de zoveelste keer in koor dat het land naar de gallemiezen gaat. Ja hoor, u heeft volkomen gelijk. En weet u wat? We werken er zelf dapper aan mee.

Tijdens de oudejaarsnacht stond ik in de stromende regen naar het vuurwerk te kijken. Terwijl er naast mijn voeten een uitgeblust stuk vuurwerk neerplofte dacht ik aan die 70 miljoen euro die in een paar uur tijd letterlijk en figuurlijk in rook opging. Dacht ik tegelijkertijd aan al die mensen die het afgelopen jaar de deuren van de voedselbank uit de scharnieren hebben gelopen. In de rij hebben gestaan om een fatsoenlijk kerstdiner op tafel te krijgen.

Ik zag de beelden weer voor mij van mensen die ook in een rij hebben gestaan. Tijdens de verkoop van vuurwerk. Doodleuk voor de televisiecamera kwamen vertellen dat er voor honderden euro’s in de plastic tas of doos zat. ‘Van de ratten besnuffeld zijn ze’, zei ik tegen mijn wederhelft. ‘Eerst moord en brand schreeuwen dat het steeds moeilijker wordt om de boodschappen te betalen en vervolgens in een paar minuten tijd de waarde van enkele voedselpakketten de lucht in schieten. Zoiets valt toch niet te rijmen?’ Ik wil niemand zijn pleziertjes afnemen, maar als het mijn buren waren geweest? Dan had ik ze de waarheid verteld.

Wat is er in hemelsnaam mis met ons land dat  we constant lopen te klagen. Ons te buiten gaan aan zaken die je in tijden van crisis het eerst terzijde zou schuiven. En ondertussen niets meer voor een ander over hebben. Ik zag een voorbeeld op het weblog van De Dagelijkse Standaard waaruit op een keiharde manier blijkt wat de heersende moraal is. Hoezeer we met onszelf bezig zijn.

Getuigen van een vuurwerkongeluk in Zaandam hebben geweigerd hulp te bieden aan een 12-jarige jongen. De politie vroeg mensen om water te halen om de brandwond van de jongen te koelen, maar aan dat verzoek gaf niemand gehoor. Blijkbaar interesseerde het omstanders gewoon geen reet; zij waren nieuwjaar aan het vieren! Het was tijd voor feest, niet voor hulp aan gewonde jongetjes! Val een ander lastig met dat soort idiote verzoeken! En ondertussen klagen diezelfde mensen wel steen en been dat het zo snel bergafwaarts gaat met de samenleving. Vindt u het raar? Natúúrlijk gaat het land kapot als dit het nieuwe normaal is.

Mistroostig zou je er van worden. Terwijl de ene knal na de andere klonk en de donkere hemel met kleurig siervuurwerk werd gevuld, keek ik naar het kereltje dat vlak bij mij stond. Hij genoot zichtbaar. Met een brede grijns op het gezicht en een veiligheidsbril op zijn neus. Verstandige ouders dacht ik nog. Zouden zij zich ook bewust zijn geweest van het feit dat ze zojuist een aardig karretje boodschappen in rook hadden laten opgaan?

 

Het verhaal van de kraai…

overgangIn de zomer van 2005 is mij overkomen wat elke machinist vreest, maar niet kan ontlopen. Een collega die tegelijk met mij de opleiding had gevolgd, had de pech het al op zijn eerste dag als zelfstandig machinist mee te maken. Een aanrijding. Of beter gezegd, een aanrijding met een persoon zoals we dat tegenwoordig zo netjes zeggen.

En een aanrijding met een persoon betekent in vrijwel alle gevallen zelfdoding. Ik zeg bewust zelfdoding en niet zelfmoord. Omdat ik niet geloof dat zelfmoord er zelfs in de verte iets mee te maken heeft. Het klinkt misschien pathetisch, maar bij een zelfdoding vallen alleen slachtoffers en in welke mate dat voor de zelfdoder, zijn of haar familie, de machinist, conducteur en reiziger van gradatie verschilt, valt zelfs nog te bediscussiëren.

Mij overkwam het op een wel heel bizarre manier. Een machinist had in de buurt van station Z. iemand langs het spoor zien sluipen en, omdat hij de zaak niet helemaal vertrouwde, de treindienstleider gebeld. Ik reed met een snelheid van ongeveer 90 kilometer per uur langs het perron van dat station. Toen de treintelefoon over ging. ‘Met de machinist van trein 1694,’ zei ik, terwijl naar de linkerhoek van de stuurtafel keek om het treinnummer van de elektronica te lezen. Ik zei er zelfs, zoals ik dat altijd doe, nog ‘goedenavond’ achteraan.

Die is dood, kon ik nog net verbijsterd uitbrengen terwijl ik de remkraan in de snelremstand trok. Ook aan de andere kant van de lijn bleef het even stil.

Maar terwijl ik dat woord uitsprak, sprong er van tussen de struiken, net voorbij het perron, een schim naar voren. Een fractie van een seconde later, zonder werkelijk een klap tegen de voorkant te maken, kon ik die schim onder de trein door horen rollen. Weerloos opgeworpen door houten dwarsliggers en weer neergeslagen door luchtketels en elektrische apparatuur aan de onderkant van de trein.

Die is dood, kon ik nog net verbijsterd uitbrengen terwijl ik de remkraan in de snelremstand trok. Ook aan de andere kant van de lijn bleef het even stil. Vanaf dat moment ging het circus van start. Dat is niet oneerbiedig bedoelt, maar er waren zoveel mensen bij de afhandeling van de aanrijding betrokken dat ik er wat hulpeloos bij stond.

Politie, ambulance, lijkwagen, brandweer en functionarissen van Prorail en NS. Dat ik stilstond langs een sloot maakte de zaak nog ingewikkelder. Er werd vanaf het perron van Z. een taxi voor mij en de conducteur geregeld. Maar omdat we – ondanks de lage snelheid – enkele honderden meters verderop stonden, betekende dat voor ons dat we door de ballast naar het station terug moesten lopen.

Een stuk folie bedekte het lijk. Als een vierkant pakketje. Zonder hoofd, zonder ledematen.

De politie, die inmiddels bezig was zoveel mogelijk resten van het slachtoffer in vuilniszakken te verzamelen, keek ons wat meewarig aan. Te kleine stukjes bot of restanten lieten ze achter voor de vogels. De rondcirkelende kraaien… Iets waar ik nog nooit over had nagedacht. Ik zag nog enkele stukjes halfrond, opvallend blank bot liggen, vermoedelijk van de schedel. Het lag onder het door de hoofdconducteur geplaatste folie. Dat bedekte het lijk. Als een vierkant pakketje. Zonder hoofd, zonder ledematen. Achterom kijkend zag ik dat de brandweer de voorkant van de trein schoon spoot om een nieuwe machinist de gelegenheid te geven de reizigers naar hun plaats van bestemming te brengen. Het beeld had iets onwerkelijks.

Na een obligaat gesprekje met de wachtdienst op H. vertrok ik alleen met de trein richting Eindhoven, mijn standplaats. Ook daar een kort gesprekje en eindelijk naar huis. Het zou niet zo vervelend zijn geweest als de hele zaak daarmee was afgehandeld. Mijn eigen manager moest echter nog bellen en ik moest nog een verklaring bij de spoorwegpolitie afleggen. Zij waren die avond op H. niet meer beschikbaar.

Het gevoel dat de zaak niet helemaal afgehandeld was maakte me onrustig. Het was nog geen afgerond geheel en daardoor onverwerkbaar. Het feit dat mijn manager tegen de afspraak in pas de volgende middag belde en niet ’s morgens, maakte het er samen met de bijna ondraaglijke hitte buiten niet beter op. De verlossing kwam pas een paar dagen later. Na een telefoontje van een politieman uit H.

Hij was namelijk tot de ontdekking gekomen dat zijn rapport nog niet volledig was. Ik had nog geen verklaring afgelegd. Na wat geruzie over wie met wie contact had moeten opnemen, kreeg ik een dossiernummer van hem waarmee ik naar de spoorwegpolitie in Eindhoven kon gaan. Ook drukte hij me op het hart de aangifte naar H. te laten sturen. Blij dat ik de zaak kon afronden begaf ik mij naar het station. De politiefunctionaris aldaar was echter onverbiddelijk. ‘De aanrijding heeft plaatsgehad bij Z. en dat valt onder S. dus gaat het dossier naar R.’

Eén ding zou ik wel graag weten en dat is het verhaal achter haar daad.

Ik had geen enkele behoefte daar iets tegen in te brengen. ‘Heb je nog ergens last van gehad?’, vroeg hij me terwijl hij het dossiernummer op zijn computer intikte.  ‘Ik heb eigenlijk nauwelijks iets gezien. Een glimp die mijn onderbewuste interpreteerde als een mens. Ik kon niet eens zien of het een man of vrouw was’, luidde mijn antwoord. Dat laatste was niet helemaal waar. Want hoewel ik het zelf niet had gezien, had de hoofdconducteur een identiteitsbewijs van een jonge vrouw gevonden. Vermoedelijk van het slachtoffer.  ‘Dat is maar beter ook,’ zei de agent. En terwijl hij op de Enter-knop drukte verschenen alle persoonsgegevens van de jonge vrouw op het scherm.

Ik besloot er niet op te reageren. Mijn hoofd en tikje weg te draaien. De zaak was rond, ik had er vrede mee. Ik hoop dat het slachtoffer gevonden heeft wat ze zocht. Haar naam is voor mij niet zo belangrijk. Eén ding zou ik wel graag weten en dat is het verhaal achter haar daad. Maar tenzij ze nauwkeurig een dagboek heeft bijgehouden, heeft ze dat verhaal meegenomen in haar graf. Of – en dat vind ik misschien wel een mooiere gedachte – in losse woordjes verspreid via tientallen kraaien en kraaiachtigen die waarschijnlijk nu nog boven het spoor cirkelen.

Bovenstaande is een waargebeurd verhaal, maar om redenen van privacy zijn treinnummer, (eerste letters van) plaatsnamen en enkele andere gegevens gefingeerd…….

Groot alarm, kleine ongemakken…

Het is vroeg in de middag. Vrachtwagenchauffeurs komen behoedzaam aanrijden richting JPB Logistics, een bedrijf aan de Warvenweg in Farmsum. De chauffeurs kijken ietwat verbaasd om zich heen.

Overal staan voertuigen van brandweer, politie en andere hulpdiensten. Zelfs de pers is met camera’s aanwezig. Ze vragen zich af of het wel vertrouwd is om het terrein op te rijden. Een schoonmaakster vraagt wat er aan de hand is. ‘Er is brand uitgebroken’, luidt de boodschap. Ze slaat de deur van het kantoorgebouw verschrikt met een knal dicht.

Bij de brandweer is een melding binnen gekomen. Een loods vol gevaarlijke stoffen staat in lichterlaaie. Er is sprake van twee vermiste personeelsleden. Ze bevinden zich vermoedelijk in de vuurzee maar zekerheid daarover heeft men niet.

Dikke, gitzwarte rookwolken trekken richting Delfzijl terwijl de Officier van Dienst (OvD) zich bij de hekken meldt. Hij wordt meteen door een journalist en zijn cameraman besprongen. ‘We zijn live in de uitzending. Kunt u al iets vertellen over de oorzaak van de brand? Weet u iets over de vermiste personen?’ De OvD vertelt geen idee te hebben. Dat het eerst zaak is de situatie goed in beeld te krijgen.

Uit het kantoorgebouw komt de bedrijfsdeskundige aanrennen. Hij is duidelijk nerveus en maakt de media en de OvD in woord en gebaar duidelijk waar de prioriteiten van het moment liggen. Hij zal de soms opdringerige persmensen vaker met zijn aanwezigheid confronteren. Net zoals zij telkens proberen om de hulpverleners uit hun tent te lokken. Waarna de voorlichters hen weer op een afstandje zetten.

Al vrij snel blijkt dat de brand zich uitbreidt naar andere compartimenten van de opslag. Dat er sprake is van het zogenaamde domino-effect. Tonnen giftig materiaal vallen ten prooi aan de hongerige vlammen. De brandweer moet zich vanwege de intense hitte terugtrekken en besluit de brand van buitenaf te bestrijden. Bij het hek staan huilende mensen. Ze willen weten wat er met hun dierbaren is gebeurd. De OvD laat doorschemeren dat de overlevingskansen voor het tweetal nihil zijn.

De sirenes loeien al een poosje. Voor een groot deel van het achterliggende bewoonde gebied geldt dat deuren en ramen gesloten moeten worden gehouden. Er zijn stoffen vrijgekomen die allerlei klachten kunnen veroorzaken. Uit de rook blijven is zeer belangrijk. De brand wordt door sommigen al vergeleken met het Moerdijk-incident.

Terwijl de hulpdiensten alles in het werk stellen om de operatie zo glad mogelijk te laten verlopen, steekt de OvD zijn verhaal af voor de draaiende camera’s. Hij wordt behoorlijk onder vuur genomen. Hoe het bijvoorbeeld kan dat brandwerende deuren open hebben gestaan. Om kleine ongemakken weg te nemen? Waarom bijvoorbeeld een blusinstallatie zijn werk niet heeft kunnen doen. De brandweerman probeert de kritische vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Als het interview achter de rug is zie je bij alle betrokkenen een ontspannen blik op het gezicht verschijnen. ‘Komisch is dat. Staat een verslaggever te roepen dat er een gebouw in de brand staat, zie je allerlei mensen in- en uitlopen’, lacht men. ‘Wat zijn jullie nare mannetjes’, klinkt het richting cameraman en verslaggever na een pittig gesprekje met een OvD-er. Een beter compliment kunnen ze niet krijgen. De schoonmaakster is ook weer opgedoken. Zichtbaar opgelucht te weten dat de brand slechts gespeeld was.

Het incident aan de Warvenweg is een van de vier scenario’s van een grootschalige oefening voor OvD’s van de brandweer, de eindverantwoordelijken tijdens het bestrijden van die incidenten. Tijdens de oefening kwamen vier verschillende scenario’s aan bod waarbij de OvD op basis van kennis en verkregen informatie op veilige en effectieve wijze aan verschillende brandweereenheden leiding moest geven.

Naast JPB Logistics werd er ook bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) geoefend. Daar kreeg men te maken met een ontploffing in het ketelhuis en mogelijke uitbreiding naar diesel- en kwikopslag.

Op het terrein van aluminiumsmelter Aldel moesten oplossingen gevonden worden voor een door de vloer gezakte tapheftruck met vier ton metaal op zijn vorken. De bestuurder zat vast in de heftruck terwijl het metaal over de vochtige grond stroomde. De heftruck rustte op één wiel en lag met de mast tegen de stroomrails. Door de vochtige grond vonden kleine explosies plaats. Een aantal voertuigen in de omgeving van het incident dreigde daarbij in brand te vliegen.

Bij FMC Chemicals, op het Chemiepark Delfzijl stroomde als gevolg van een gebroken peilglas een werkoplossing bestaande uit Ethylanthashrquinone (EAQ), Sextaat en Shellsol met driehonderd liter per minuut uit. De oplossing was door nog onbekende oorzaak in brand gevlogen.

Na elke oefendag worden alle processen nog een keer nauwgezet doorgenomen. Vanaf het moment van de melding tot het sein brand meester. Wat ging er goed, wat zijn de leermomenten geweest. Oefening baart kunst zegt men in de volksmond. En dat is een waarheid als een koe.

Gedurende de in scéne gezette incidenten krijgt men een behoorlijke indruk over de werkwijze van de hulpverlenende instanties. Men leert al snel met andere ogen naar de mannen en vrouwen kijken die zich, soms met gevaar voor eigen leven, voor anderen inzetten. Het is onmogelijk om te doen maar eigenlijk zou het goed zijn dat iedereen eens een kijkje in de keuken mocht nemen.

copyright foto’s: Richard Degenhart

 

De dood wacht niet voor de brug…

We hebben er vaak gestaan. De Eelwerderbrug in de N33 buiten Appingedam. Wachtend op de schepen die passeerden. Nog niet zo lang geleden stonden we er weer. De bellen rinkelden en het rode licht knipperde. Daar sta je dan. Alle tijd om even na te denken over de dingen die we die dag nog moesten doen.

Ik zie in de spiegel hoe een auto achter ons blijft staan. Het heeft er alle schijn van dat de chauffeur ergens anders met zijn gedachten is. Hij bemerkt gelukkig op tijd dat de mensen voor hem stil staan.

Onwillekeurig gaan mijn gedachten uit naar die vreselijke 15e juni van het afgelopen jaar. Toen er ook mensen voor de brug stonden te wachten. Misschien wel allerlei plannen hadden. Maar ze nooit meer ten uitvoer zouden brengen. Omdat hen die kans werd ontnomen.

Hoe snel kan je wereld in duigen liggen als je daar staat te wachten. Hoe lang kunnen vijfentwintig seconden duren als je weet dat het wel eens je laatste op deze aardkloot kunnen zijn.

Bram (47) weet het inmiddels. Dat is hem door de officier van justitie op een pijnlijke manier duidelijk gemaakt. Door helemaal niets te zeggen.

.   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .   .

Heeft u ze geteld? Vijfentwintig stipjes. Elk stipje een seconde. Vijfentwintig seconden die een eeuwigheid kunnen duren. Eindigend in een onvoorstelbare klap. Veroorzaakt door de bestelbus van Bram. Die niet had gezien dat de brug open stond. Die de auto’s ook niet had gezien.

Het busje boort zich in de Fiat Punto van Alie (71) en Jan (80). Hun voertuig klapt vervolgens op een BMW die voor hen staat. De gevolgen zijn desastreus. De beide bejaarde inzittenden van de Fiat worden naar het ziekenhuis gebracht. Ze zijn er slecht aan toe. Zo slecht dat ze beiden aan hun verwondingen zullen bezwijken. Alie tien dagen na het ongeval. Haar man een week later.

Het is dan nog maar een maand geleden dat ze hun gouden huwelijksfeest hebben gevierd. Vijftig jaar lief en leed. In amper een halve minuut uitgewist. Terwijl vrienden en bekenden de familie condoleren met het overlijden van Alie, komt het trieste nieuws binnen dat ook Jan het leven heeft gelaten.  Kinderen hebben hun ouders verloren, kleinkinderen hun opa en oma.

Het is inmiddels meer dan een jaar geleden. De nabestaanden van Alie en Jan zitten nog altijd met vragen. Vragen die het Openbaar Ministerie ook heeft. Hoe kan het dat Bram de brug niet heeft gezien. Een obstakel die je normaliter niet gemakkelijk over het hoofd ziet. Zelfs niet over een afstand van honderden meters. En hoe kan het dat hij de wachtende auto’s niet heeft gezien?

Er komt geen antwoord uit de mond van Bram. Wel een voorzichtige poging om zijn medeleven te betuigen. En voor de rest? Hij zegt nog steeds dat hij niets heeft gezien. Helemaal niets.

Als het aan de officier van justitie ligt staat Bram een celstraf van tien maanden te wachten. Omdat hij als verkeersdeelnemer een verkeersongeval met dodelijke afloop heeft veroorzaakt. Dood door schuld. Drama’s die iedereen kunnen overkomen. Wachtend voor de Eelwerderbrug. Of op welke andere plek dan ook…

Lees ook het verhaal op de site van Karin Smalbil.

Over pisbekken en zwamnekken…

Rechtbankverslaggever Chris Klomp schreef de afgelopen week een ooggetuigenverslag van de gebeurtenissen in Haren. Hij stond met zijn snufferd aan het venster en maakte de ongeregeldheden van zeer nabij mee. Zijn verhaal, met als titel De held van Haren, werd door grote groepen mensen gelezen. En uiteraard had iedereen er een mening over. Moet kunnen. Geen enkel probleem mee.

Maar om de schrijver te betichten van het verdraaien van de feiten? Te zeggen dat hij een deel van de door hem opgesomde gebeurtenissen uit zijn duim heeft gezogen? Je moet het maar durven beweren. Vooral als je bedenkt dat sommigen dat wel hebben gedaan. En daar zelfs heel ver in zijn gegaan.

Een van hen is de beheerder van @mediamix_weblog. De man zegt in zijn profiel dat hij onder meer een hoax creator is, sarcastisch en verzamelaar van chickies. In dat licht bekeken moeten we zijn tweet van 21 september maar niet al te serieus nemen dus.

Met enig gevoel voor sarcasme kun je immers stellen dat hij gewoon een hoax de gedigitaliseerde wereld in heeft geslingerd. So what. Dat doen er zovelen. En we stinken er met bijna net zovelen in. Je kunt volgens sommigen echter te ver gaan. Vindt ook Chris Klomp. Vooral als je de volgende tweet leest van mediamix_weblog.

BREKEND! Ik sta naast de hulpdiensten in #Haren.. Meisje is zojuist overleden. #ProjectX. OMG, Wat is dit erg..

Oke, er was aangekondigd dat er een hoax zou komen maar is dit, en dan druk ik me voorzichtig uit, niet een beetje onsmakelijk? @Mediamix_weblog vindt van niet. Hij ragt overal dwars doorheen. Mensen moeten ‘ophoeren.’ Anders brandt hij ze af.

Een politievoorlichter wordt zelfs verweten dat hij uit zijn ‘pisbek zwamt’ en ‘eenzijdige verhalen meebrengt naar een bureau.’ Waarbij de blogger afsluit met de tekst ‘de kut voor je jankbek!’ en de boodschap ‘Nah ja.. Dan ook maar aangifte tegen regiopolitie zwamnek @HeidanusPaul doen vanwege laster en smaad.’

Wikipedia zegt dat het woord hoax voor allerlei bedrog en nep wordt gebruikt. In feite wordt een grote groep mensen voor de gek gehouden. Het lijkt op een grap, maar is eigenlijk kwaadaardiger en feitelijk alleen leuk voor de makers ervan. Een hoax is vaak minder ernstig dan echte oplichterij of fraude.

De vraag is of de makers dergelijke grappen dan maar voor zichzelf moeten houden. Maar ja, wat is nou de waarde van een grap als je anderen er niet mee kunt confronteren.

En dus kun je je afvragen waar de grens ligt. Heeft mediamix_weblog een grens overschreden? Of past het bij zijn uitdagende, sarcastisch getinte en platte gevoel voor humor. Moeten we ons er kortom niet al te druk over maken en heeft Chris Klomp overspannen gereageerd door te stellen dat volgers van @mediamix_weblog niets beter zijn dan de raddraaiers die Haren op stelten hebben gezet?

In het kader van hoor en wederhoor tijd om de ‘beklaagde’ te vragen wat zijn versie van het verhaal is. Die heeft, ondanks een verzoek daartoe, nog altijd niet gereageerd. Mocht hij dat alsnog doen zal ik deze uiteraard toevoegen.

Missers Justitie in zwartboek…

Er wordt overal vol ongeloof en verbijstering gereageerd op de uitspraak die de rechtbank van Utrecht heeft gedaan in de zaak van de vorig jaar om het leven gebrachte peuter Nouafel. Het is een van de zaken uit het tweede deel van het Zwartboek dat woensdag aan Herman Bolhaar, de hoogste baas van het Openbaar Ministerie (OM), is overhandigd. Een ander geval is dat van de aangepaste politieopleiding na de foutieve aanpak in de moordzaak Aswintha Dijkstra uit Sneek.

Dat slachtoffers van gewelds- of zedenmisdrijven, en in niet mindere mate hun nabestaanden, zich door de wetgevende macht vaak onbegrepen of in de steek gelaten voelen is niks nieuws. Hun advocaten vinden dat er veel misstanden zijn die aangepakt dienen te worden. Dat valt op te maken uit het Zwartboek van het Landelijk Advocaten Netwerk Slachtoffers Zedenmisdrijven (LANSZ).

Eind vorig jaar kreeg Bolhaar het eerste deel met daarin diverse aanbevelingen om tot een verbetering in de wisselwerking tussen wetgever enerzijds en slachtoffers en advocaten anderzijds te komen.

Er zijn sinds die tijd wel wat voorzichtige stappen gezet, maar de advocaten vinden dat nog altijd onvoldoende. Slachtoffers geven nog steeds aan dat ze niet goed door justitie worden behandeld. Advocaten willen niet tussen publiek en pers weggestopt worden en het komt eveneens voor dat het OM beter meent te weten wat voor een slachtoffer goed is. Zonder het slachtoffer daar overigens naar te vragen.

In de Amsterdamse zedenzaak waar vervolgd werd voor het bezit van kinderporno, gefabriceerd door Robert M., kwam de rechtbank tot een aantal vrijspraken omdat niet ten laste was gelegd dat ‘fragmenten van kinderporno’ waren aangetroffen, maar dat M. ‘een hele serie’ in zijn bezit had.

Een ander geval is dat van een man die zijn nichtje had misbruikt. Hij werd veroordeeld maar ging in hoger beroep. In afwachting van dat beroep werd zijn voorlopige hechtenis opgeschort. De man greep zijn kans en vertrok, ondanks waarschuwingen van advocaat en slachtoffer, naar de Filippijnen.

Schrijnend is ook hoe een officier van justitie bij het formuleren van een strafeis met de mededeling kwam dat hij ‘uit de losse pols’ zou praten. Dat hem van het hart moest dat hij zich bij het voorbereiden van de zaak had afgevraagd waarom de zaak van een 15-jarige tegen een 40-jarige man ‘in godsnaam’ voor de rechter was gekomen. Het kwam hem voor dat het minderjarige slachtoffer en de verdachte een relatie hadden waarvan ze beiden wisten dat deze niet goed was, maar dat zij geen weerstand konden bieden tegen de sterke gevoelens voor elkaar. Dit terwijl het slachtoffer de situatie achteraf als onvrijwillig en schadeberokkend heeft ervaren.

Pijnlijk is ook het feit dat men zegt geleerd te hebben van de fouten die gemaakt zijn in de zaak Aswintha Dijkstra. De vrouw die vorig jaar juni op gruwelijke wijze werd vermoord. De politieopleiding wordt nu aangepast. Een goeie zaak maar wel een beetje wrang. Je kind krijg je er namelijk niet mee terug en nabestaanden blijven met de brokken zitten.

En dan komt daar als klap op de vuurpijl de vrijspraak van een 26-jarige vrouw en haar 28-jarige ex-vriend bij.  Het duo werd verdacht van betrokkenheid bij het overlijden van de peuter Nouafel.

Een kereltje dat deze maand vijf jaar zou zijn geworden. Mishandeld tot de dood er op volgde. In de woning van zijn moeder. De verklaringen van het tweetal zijn volgens de rechtbank niet doorslaggevend genoeg om tot een veroordeling voor moord, doodslag  of dood door schuld te kunnen komen. Overigens overweegt het OM nog of men in beroep gaat tegen de uitspraak van de rechtbank.

In het zwartboek wordt in ieder geval keihard gesteld dat er kennelijk nog steeds niet geleerd wordt van fouten uit het verleden. En dan hebben we het nog niet eens over iets simpels als een bode die betrokkenen bij een rechtszaak te laat komt vertellen dat de zitting begonnen is…