Nog steeds een patiënt…

Janneke is een moeder van 37 jaar. Ze is gelukkig getrouwd en heeft een dochtertje van zes jaar. Eerder dit jaar besloot ze met de pil te stoppen omdat zij en haar man aan een tweede kind toe waren. Ze was amper met de pil gestopt of Janneke kreeg last van wat men ook wel contactbloedingen noemt. Ernstig was het niet, eerder kleine en vervelende bloedingen.

In eerste instantie schonk ik er weinig aandacht aan. Na verloop van tijd besloot ik mijn man Frans op de hoogte te brengen. Hij schrok zichtbaar en adviseerde haar om toch maar naar de huisarts te gaan. Hij gooide het op een infectie. ,,Zal wel weer overwaaien’’, luidde de boodschap. Toen het echter niet overwaaide besloot ik naar het ziekenhuis te gaan. Mijn arts vond dat geen probleem.

Er werd een uitstrijkje gemaakt en ik kreeg een vervolgafspraak mee. Helemaal gerust was ik er niet op en toen de bloedingen maarniet over gingen, besloot ik nog een keer bij de huisarts aan de bel te trekken. Van hem kreeg ik nogmaals te horen dat ik me niet onnodig ongerust moest maken. Geen nieuws was immers goed nieuws.

Toen ik op de vervolgafspraak kwam, er waren inmiddels acht weken verstreken, kreeg ik te horen dat er sprake was van wat onrustige cellen. Niet meteen iets om groot alarm te slaan, maar toch leek het de arts verstandig om er een extra onderzoek aan te wagen. Er werden op zekere dag wat biopten afgenomen en of ik het nou wilde of niet, ik begon me steeds onrustiger te voelen.

De bemoedigende woorden van Frans hadden geen effect. Het enige dat me interesseerde was de uitslag van het onderzoek. Die kregen we vrij snel. Een dag of wat na het onderzoek hing het ziekenhuis namelijk al aan de telefoon. Of we beiden maar even op gesprek wilden komen. Mijn hart sloeg achter in mijn keel en in mijn hoofd spookten allerlei zaken rond. Tijdens het gesprek kwam er aan alle onduidelijkheid een einde. De conclusie was duidelijk en keihard. Ik had baarmoederhalskanker.

De tijd die volgde was hectisch en onzeker. In een ander ziekenhuis volgde het ene na het andere onderzoek. Er moest vastgesteld worden of alleen de baarmoeder was aangetast of dat ik het ergste scenario voorgeschoteld zou krijgen. Ik had geluk. Het bleek voldoende te zijn om me te opereren. Geen vervelende kuren en dergelijke. Dat bleef me allemaal bespaard. Toen dat achter de rug was konden ze me vertellen dat ik schoon was. Dat alle sporen waren uitgewist en dat er, mits ik me een paar maanden rustig zou houden, geen enkel beletsel was om onze kinderwens in vervulling te laten gaan.

Probleem is echter dat ik niet meer durf. Lichamelijk kan ik weer alles doen, maar geestelijk heeft de mededeling dat ik kanker had veel dieper ingegrepen dan ik voor mogelijk had gehouden. Ik ben nog steeds patiënt.

Janneke besloot me te schrijven naar aanleiding van het verhaal van Jasper. Uiteraard geldt ook hier dat de namen in deze bijdrage fictief zijn. Dat geldt niet voor de gebeurtenissen.

Er waren eens…

Twee ernstig zieke mannen lagen in dezelfde ziekenhuiskamer. Een van hen mocht een uur per dag rechtop in zijn bed zitten. Op die manier kon het vocht achter zijn longen ontsnappen. Zijn bed stond vlak naast het enige raam dat de kamer rijk was. De andere man moest de hele tijd plat op zijn rug blijven liggen. Ze spraken urenlang over hun vrouwen, families, hun huizen, banen en waar ze zoal op vakantie waren geweest.

En iedere middag als de man in het bed bij het raam weer rechtop mocht zitten, doodde hij de tijd met het beschrijven van alles wat hij buiten zag. Zijn buurman begon naar die dagelijkse sessies uit te kijken. Hij genoot er van. Op deze manier bleef hij toch in contact met de levendige en kleurrijke wereld en alles wat zich daar in afspeelde. Zo onbereikbaar voor hem en toch zo dichtbij dankzij zijn kamergenoot.

Het raam keek uit over een park met een klein meertje. Eenden en zwanen speelden er hun spel en kinderen lieten er hun modelboten ronddobberen. Jonggeliefden liepen er hand in hand. Midden tussen de bloemen die in alle kleuren van de regenboog aanwezig waren.

Als de man bij het raam de gebeurtenissen beschreef, sloot de ander zijn ogen en verbeeldde zich dat hij er ook rondliep. Hij kon de warmte van de zon bijna voelen en de geur van de bloemen opsnuiven.

Op een warme middag beschreef de man bij het raam een parade die door het park trok. Hoewel zijn kamergenoot geen muziek kon horen spelen, maakte zijn verbeelding het plaatje levendig. Temeer omdat zijn kamergenoot wel heel erg gedetailleerd kon beschrijven wat hij zag.

Dagen en weken gingen voorbij. Op zekere morgen kwam de verpleegster langs met het water waarmee de mannen zich konden opfrissen. Ze schrok even toen ze ontdekte dat de man in zijn slaap was overleden. Ze vroeg om hulp bij het weghalen van het lichaam.

Een dag na zijn overlijden vroeg de nog steeds op zijn rug liggende man of hij de plek bij het raam kon krijgen. De verpleegster had er geen problemen mee. Ze schoof het bed richting raam, zorgde dat hij er comfortabel bij lag en liet hem alleen.

Langzaam en kreunend van de pijn probeerde de man, leunend op een elleboog, enigszins omhoog te komen. Hij wilde die fraaie buitenwereld ook wel eens zien die hem wekenlang was voorgehouden. Eindelijk maar toch. Nu was het zijn beurt om te genieten. Langzaam maar zeker wist hij zich naar het raam toe te keren en viel van verbazing weer op zijn rug. Dat wat hij zag was niet meer dan een stenen muur.

Verdwaasd drukte hij op het knopje bij zijn bed dat de verpleegster zou alarmeren. Toen ze de klamer binnen kwam, zei hij: ,,Hoe kan mijn overleden kamergenoot al die mooie dingen hebben gezien die hij mij heeft verteld. Ik zie alleen maar rode baksteen.

De verpleegster haalde haar schouders op en antwoordde: ,,Ik zou het niet weten. Hij was blind en kon zelfs de muur niet zien. Misschien wilde hij u alleen maar een beetje opmonteren…

Seks in het ziekenhuisbed…

Ze loopt in een strak en hagelwit uniform over de afdeling. Inez is een in alle opzichten mooie meid met alles erop en eraan. Dat zien ook haar mannelijke patiënten. Ze maken er wel eens grapjes over als ze gewassen moeten worden. Of Inez niet even verder wil gaan dan strikt noodzakelijk. Ze lacht er vaak om en geeft in de regel een antwoord dat de libido van de mannen geen goed doet.

Wat ik hierboven heb geschetst, zou in elk ziekenhuis kunnen gebeuren. De beroepsorganisatie Nu ’91 vindt dat het tijd is geworden om de grenzen van het toelaatbare maar eens duidelijk aan te geven. Directe aanleiding daarvoor is een klacht van een studente Verpleegkunde die door een cliënt werd gevraagd om hem te bevredigen.

De 24-jarige studente liep mee met een van de zeven verzorgers van de man, die alleen zijn ogen en mond kan bewegen. De man gaf aan dat de andere verzorgers hem zouden helpen met seksuele diensten en ze zag hoe de man na een wasbeurt werd afgetrokken. Toen ze aangaf dat zij dat niet wilde, zei de man dat ze ongeschikt was voor de zorg. De studente heeft aangifte gedaan en justitie heeft aan de beroepsvereniging gevraagd meer voorbeelden te verzamelen.

Ik kan me voorstellen dat veel zorgverleners zich nu in het nauw gedreven voelen. Het is natuurlijk ook niet niks als dit soort verwijten over tafel vliegen. Zo vertelde een verpleegster aan iemand van de beroepsgroep dat sommige cliënten zich als loverboys gedragen en dat ze zich rot zou voelen als ze niet aan de seksuele vraag zou voldoen. Ja, hallo zeg. Dat patiënten ook behoeftes hebben wil ik best geloven, maar om het verplegend personeel daar mee te confronteren gaat wel erg ver. Volgens mij zijn er gespecialiseerde bureaus genoeg die dergelijke zorgvragen graag ter hand willen nemen.

Broederliefde

Broederliefde is een goede zaak. Er is niks verkeerds aan het feit dat familieleden het voor elkaar opnemen. Grote vraag is echter hoever ze daarmee kunnen gaan. Neem nou Mark en Chris. Ze gaan vaak samen op pad en ja, ze vreten ook wel eens iets uit dat niet door de beugel kan. Als de een daarbij in de moeilijkheden komt, staat de ander voor hem klaar. En als het niet anders kan, dan maar met geweld. Het duo moest zich woensdag voor de rechtbank in Groningen verantwoorden. Ze hadden vorig jaar op het Hogeland ruzie gekregen met een kroeghouder en daarbij was het er niet al te zachtzinnig aan toe gegaan. Sterker nog, cafébaas Bernie kreeg een bierglas in het gezicht en moest naar het ziekenhuis. Een gescheurd ooglid, een uitpuilende iris en 23 hechtingen waren het resultaat.

Mark en Chris waren een avondje aan het stappen en kwamen op een gegeven moment in de kroeg terecht waar ook Bernie opdook. Zijn eigen café was dicht en dus werd besloten een biertje bij de buren te halen. De broers vertelden de rechtbank dat Bernie meteen na binnenkomst al op ruzie uit was. ,,Hij was dronken en begon te schelden en te provoceren”, aldus Chris. En daar was volgens zijn jongere broer helemaal geen reden voor. In eerste instantie kon een vechtpartij voorkomen worden omdat vrienden van Bernie hem tegenhielden. Een poosje later ging het alsnog fout.

Mark beweert dat Bernie hem tegen het hoofd had getrapt en daarop was zijn broer in actie gekomen. ,,Ik heb hem met de ene hand bij zijn T-shirt gepakt en met de andere een klap verkocht”, bekende Chris tegenover de rechtbank. Wie aan zijn broer komt, komt aan hem. Het liep daarna behoorlijk uit de hand. Bernie zegt dat Chris degene is geweest die hem het glas in het gezicht heeft geduwd. Mark zegt dat de kroegbaas dat uit zijn duim zuigt en dat hij het is geweest. Je ziet de officier aarzelen. Ook hij weet drommels goed dat de verklaringen tegenstrijdig zijn. En dat is nog niet alles, want zelfs de getuigen zorgen voor verschillende versies van het gebeurde. Niet zo verwonderlijk volgens de advocaat van Chris. Familiaire banden met het slachtoffer en alcohol zouden de blik van menig aanwezige wel eens flink vertroebeld kunnen hebben.

Hoe dan ook, de beide knapen hebben geweld gebruikt en zijn in de ogen van de officier dan ook strafbare daders. Als het tot een opsomming komt van voorvallen waarbij Chris de afgelopen jaren betrokken is geweest, slaat je de schrik om het hart. Het is het beeld van een ontspoorde jongeman die, als hij eenmaal aan de drank of drugs is, geen remmingen meer kent. Dan beledigt hij jan en alleman, vloekt en tiert als een razende, beschadigd andermans eigendommen en gaat geweld niet uit de weg. ,,En dat baart ons zorgen”, houdt de rechtbank hem voor. ,,Als we u zo horen ligt het altijd aan iemand anders als u in de moeilijkheden komt. Zou het ook niet een beetje uw eigen schuld kunnen zijn?” Chris trekt met zijn schouders, probeert zich te verdedigen door te zeggen dat hij niet meer weet wat hij doet als hij vijftien glazen bier op heeft. De officier fronst zijn wenkbrauwen. Alsof hij wil zeggen; wie weet dat dan nog wel?

Mark is een heel ander geval. Hij komt over als een bedeesde tiener die zich niet zomaar tot een vechtpartij laat verleiden. Hij heeft wat kleine strafbare feiten op zijn naam staan. Die halen het echter bij lange na niet bij die van zijn broer. En toch krijgt Mark de volle laag. De officier eist de maximale werkstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijke celstraf. Chris komt er met een eis van 100 uur en 3 maanden vanaf. 

Hij legt vervolgens uit waarom hij het duo niet naar het gevang wil sturen. Bernie is namelijk ook geen lieverdje. De Noord-Groninger is een bekende van justitie. ,,Hoewel ik op geen enkele manier goedkeur wat ze hebben gedaan, is het heel aannemelijk dat deze meneer de jongens heeft uitgedaagd. Hij heeft het tot op zekere hoogte dan ook aan zichzelf te wijten dat het zo gelopen is. Het laat niet onverlet dat de broers er ook voor hadden kunnen kiezen om te vertrekken op het moment dat het op een vechtpartij dreigde uit te draaien.”

Ik heb aan deze zaak wat vraagtekens overgehouden. Is het werkelijk zo gegaan zoals de broers hebben uitgelegd? Zou het niet zo kunnen zijn dat Chris de kroegbaas wel degelijk met het glas heeft bewerkt, maar dat de broederliefde van Mark zover gaat dat hij Chris voor een gevangenisstraf wil behoeden? Hij is immers degene met het langste strafblad en als hij het incident met het bierglas ook nog eens op zijn naam krijgt, zou de toekomst er wel eens erg somber voor hem uit kunnen komen te zien. Het zijn vragen die bij anderen misschien ook wel zullen leven. De enigen die er antwoord op kunnen geven zijn Mark en Chris.

Update                                                                                                                                                                                                                                                          De rechtbank van Groningen heeft in mijn ogen iets opmerkelijks gedaan. De beide broers hebben dezelfde straf gekregen. Een werkstraf van 240 uur en 6 maanden voorwaardelijk. En dat terwijl er 100 uur en 3 maanden was geëist. Kennelijk heeft het toch zwaar meegewogen dat Chris iets teveel op zijn kerfstok heeft.

Momentje alstublieft…

Er zijn van die dingen in het dagelijkse leven die me ergeren. Een daarvan is wachten. Er wordt me meer dan eens verweten dat ik een Jantje Ongeduld ben. Het zal, ik hou gewoon niet van wachten. Ik ga wel eens met mijn wederhelft boodschappen doen en dan sta je daar in zo’n rij om je boodschappen te mogen afrekenen. Wat een ellende.
Sommige mensen beschouwen het wachten als een aanvulling op hun sociale leven. Zij doen hun boodschappen en nemen, voorzover in de winkel aanwezig, halverwege een bakje koffie in de koffiecorner. Ze beginnen vervolgens enthousiast te verhalen over zaken waarvan ik zou zeggen; Mens, hou het voor je. Wat interesseert mij dat allemaal. Als je uiteindelijk de kassa hebt weten te bereiken gebeurt het nog wel eens dat er iets niet is afgewogen, dat de kassarol op is of een artikel is niet geprijsd. Dan is het weer wachten en ondertussen probeert de juffrouw achter de kassa tevergeefs een vriendelijk gezicht op te zetten. “Sorry meneer, een momentje.”
Een poosje geleden had ik om tien uur een afspraak in het ziekenhuis. Toen ik de parkeerplaats opreed zag ik tot mijn schrik een blauwe auto recht op mij afkomen. De bestuurder van het voertuig had bijtijds in de gaten dat zijn rijstijl tot een botsing zou leiden. Hij smeet het stuur dan ook om en parkeerde zijn vierwieler vervolgens in de kofferbak van een andere auto. De man besloot niet te wachten op de eigenaar van de geraakte auto en ging er vandoor. Hij had echter niet op mijn scherpe blik gerekend. Zijn kenteken stond in mijn hoofd gegraveerd. Ik liep naar de ingang van het ziekenhuis en zag vervolgens tot mijn stomme verbazing de auto staan van de man die mijn geduld flink op de proef zou stellen. Nadat ik het voorval bij de balie had gemeld, mijn gegevens had achtergelaten en verteld had waar de auto’s stonden, spoedde ik me naar mijn afspraak. Mijn ietwat wanhopige blik was de assitente kennelijk niet ontgaan. “U hoeft zich geen zorgen te maken. Het is druk”, voegde ze me toe. Ja ,de dokter had het druk. Dat was op de gang duidelijk te horen. Hij was meer dan drie kwartier in een geanimeerd gesprek gewikkeld met een assistente van de operatiekamer. En zijn patiënten maar wachten. Ik had zin om een snedige opmerking te maken toen een klein meisje vroeg waarom die man daarbinnen zo’n lol had maar hield me in.
Na ruim anderhalf uur kon ik eindelijk verder. Wel even bij het lab langs, want er moest bloed worden geprikt. “Dit is uw nummer, wilt u daar even wachten?”, klonk het streng vanachter twee donkere brillenglazen.
Nadat ook deze hindernis was genomen, liep ik richting uitgang en ving nog net op dat de eigenaar van de aangereden auto was opgedoken. Hij had de politie gewaarschuwd. Of ik daar even op wilde wachten. Welja, als rechtgeaard burger doe je dat. Vooral als je iemand anders er bij kunt lappen die fout is geweest. En daar was in dit geval toch duidelijk sprake van.
Nadat de gezagsdragers de dader hadden weten op te sporen, had de man heel wat uit te leggen. Hij was behoorlijk op leeftijd en had een hele poos geleden van zijn vrouw al het advies gekregen om met autorijden te stoppen voor er iets fout zou gaan. Dat advies had hij beter kunnen opvolgen. Afijn, ik zat te wachten tot mijn verhaal ook op papier gezet kon worden en intussen kropen de minuten voorbij. Wat een bezoekje van een half uurtje aan het ziekenhuis had moeten zijn, werd op deze manier een kwestie van uren. Ik heb dus een hekel aan wachten, dat zal inmiddels wel duidelijk zijn.

 Hoe moeilijk dat ook is voor een Jantje Ongeduld…