Poëzie op hoog niveau…

blog9

Ik kijk vol verwondering naar wat zich voor mijn ogen ontvouwt. Ben er al vaker geweest. Verbaas me telkens weer over de adembenemende plekken die onze planeet rijk is. De ongereptheid van ogenschijnlijk nog nooit betreden terreinen. Ik kijk naar grillig gevormde bergen die de meest vreemde vormen hebben aangenomen. Torenhoge massa’s, omgeven door smetteloos witte vlaktes. Vlaktes die ineens over lijken te gaan in grote oceanen met een intens blauwe kleur.

We reizen door een omgeving die iedere minuut een verrassend ander gezicht laat zien. Een land dat met je gedachten speelt. We zijn allemaal getuige van pure poëzie van een hoog gehalte. Een orchestraal stuk, gedirigeerd door moedertje natuur. Een schouwspel dat niemand onberoerd kan laten. Een lofzang die je bij de keel pakt. De fantasie op hol doet slaan.

Ons vervoermiddel glijdt gestaag verder. Links en rechts van mij hoor ik mensen niezen. Ze zouden geen last van de kou moeten hebben. Omdat we eenvoudigweg goed geïsoleerd zijn. Maar goed, de thermometer staat op 48 graden onder het vriespunt. Dan komen de rillingen vanzelf wel.

De felheid van het zonlicht doet sommigen wegkijken. Voor mij is dat geen optie. Gebiologeerd, welhaast gehypnotiseerd blijven mijn ogen naar misschien wel onontdekte gebieden speuren. Ik vraag me af wat er zich achter elke volgende berg afspeelt. Welk drama ik dreig te missen als er even niet opgelet wordt.

blog8

Ik zou hier rond willen lopen. De immense stilte voelen. Me mee laten slepen in mijn ongeremde nieuwsgierigheid om nieuwe dingen te ontdekken.  In de verte zien we iets voorbij flitsen. Het is er slechts een ogenblik. Een teken van leven waarvan we alleen het spoor enige tijd kunnen volgen.

We vervolgen onze reis door het mysterieuze gebied en zien het decor langzaam maar zeker veranderen. De schoonheid van het verblindende wit en blauw maakt plaats voor een asgrauw toneel waarin alles oplost. Weg zijn de beelden die zoveel indruk hebben gemaakt. Die me enige tijd hebben betoverd. De herinnering zal echter altijd blijven. En ik beloof mezelf één ding. Volgend jaar kom ik terug en laat me opnieuw imponeren.

Een doffe dreun doet mij ontwaken. Laat het gelukzalige gevoel van in de wolken zijn vervagen. De klap zet me met beide benen terug op aarde. Wielen raken de grond. Het vliegtuig is geland, de droom is voorbij.

Curacao, paradijs vol contrasten…

blog1We hebben er maanden naar uitgekeken, maar eindelijk is het dan zo ver. Het avontuur lonkt. Het is de eerste keer dat we in plaats van een uurtje of vier ineens meer dan negen uur gaan vliegen. Naar Curacao om precies te zijn. Wel even wat anders dan de Turkse Riviera of de Griekse eilanden. Het wordt een vakantie van mislukte pintransacties, paradijselijke stranden, wanhopige blikken, een overdreven duidelijk articulerende reisgids, snorkel-overuren, overdadige bergen Italiaans ijs, het immer gezellige samenzijn met Ad en Juliette uit het Zeeuwse Middelburg en een jetlag die een week nadreunt.

De koffers staan al een week op onze logeerkamer. Stukje bij beetje worden de spullen er in gekieperd die we nodig denken te hebben. Op zondag 27 augustus konden we ze in de auto kieperen. Het is namelijk voor het eerst dat we zelf naar Schiphol rijden. We besluiten niet op de resultaten van F1-rijder Max Verstappen in Spa Francorchamps te wachten, want die zal wel weer pech krijgen….. Vooruitziende blik? Na acht ronden ligt ie inderdaad uit de race, maar zijn wij al een eind op weg.

Ergens halverwege de polder een berichtje van Ad en Juliette. Zij zijn de aanstichters van onze vliegavonturen en al op Curacao geweest. Verslaafd geraakt aan het eiland en weer terug willen. ‘Het gaat jullie ook overkomen’, vertelt Juliette in een van de vele whatsappjes die aan de reis vooraf gaan. We zullen zien…

De zondagnacht brengen we door in het A4 Van der Valk-hotel op een steenworp afstand van Schiphol. Moeten we vaker doen, want het geeft wel een heerlijk ontspannen gevoel. Na een prima maaltijd in het A4-restaurant De Brug ‘plunderen’ we de bar van het hotel en duiken ons bed in. Het zal vroeg dag worden…

Het is maandagmorgen 29 augustus. De dag dat we dan eindelijk naar Curacao gaan. Eerst nog even ontbijten in het hotel. Een niet al te uitgeslapen dame vertelt ons dat we de cameraspullen niet achter ons aan mogen slepen de eetzaal in. Als we haar duidelijk maken dat de inhoud van de reistas meer waard is dan de verdiensten die zij in enkele maanden op haar bankrekening krijgt bijgeschreven en ze ook geen bewaking wil regelen, geeft ze toe. Ad en ik kunnen wat dat betreft erg duidelijk (lees: direct) en overtuigend zijn.

Na het ontbijt brengen we de auto’s naar de stalling in Nieuw Vennep. Aardige mensen waar Ad en Juliette al ervaring mee hebben opgedaan. De bolides staan veilig opgeborgen in en kassencomplex en we reizen met een dikke Duitse auto naar het vliegveld. Nog even snel een fotootje maken bij de vertrekhal, Ad voorzien van een stel oordoppen omdat hij zijn eigen in de auto heeft laten liggen, een poging doen om mijn telefoon kwijt te raken en dan kunnen we eindelijk vertrekken.

Meer dan negen uur vliegen. Als je bedenkt dat je in die tijd de Atlantische Oceaan oversteekt en ergens in Zuid-Amerika moet uitkomen, ga je toch even de wenkbrauwen fronsen. Dat heeft overigens alles te maken met het bijna opgevouwen zitten in een vlucht die je niet zo ver weg brengt. Nu is echter alles anders. De zit is goed, de service geweldig en de tijd kan simpel gedood worden met films, muziek, een praatje maken of je verwonderen over het landschap op grote hoogte… Het vooruitzicht van zon, warmte en het onbekende lonkt…

Na een voorspoedige vlucht doemt Curacao aan de horizon op. De grote ijzeren vogel wordt soepeltjes op vliegveld Hato neergezet en eindelijk kunnen we voet op het grootste van de ABC-eilanden zetten. De tropische warmte slaat ons bijna uit de spijkerbroek, maar we verbijten ons. Straks wordt alles anders… We stappen in een prima gekoelde touringcar die ons naar het resort moet brengen. Onderweg naar Jan Thiel Livingstone kijken we onze ogen uit. In wat voor ongeorganiseerde bende zijn we hier beland? Het zo gereguleerde leventje van Nederland vol papiertjes, rijtjeshuizen, strak getrokken witte lijntjes op de weg lijken ineens veel verder weg dan negen uur vliegen. We krijgen een cultuurschok die zijn weerga niet kent… Ad en Juliette zien de bijna wanhopige blik in onze ogen en stellen ons gerust. ‘We weten wat jullie denken. Dat overkwam ons ook vorig jaar. Let maar op, straks wordt alles anders…’

Na een vrij hobbelige rit over wegen die nodig aan onderhoud toe zijn, langs kleurrijke huizen, verschrikkelijke bouwvallen en kunstzinnige schilderijen op half afgebrokkelde muren komen we op de plaats van bestemming aan. En we moeten toegeven, dat lijkt inderdaad al heel anders. Jan Thiel Livingstone is een keurig verzorgd vakantieresort dat tot ontspannen uitnodigt. We krijgen huisjes naast elkaar, onderwerpen ons tijdelijk verblijf aan een korte inspectie en knikken instemmend. Dit gaat wel lukken. Eerst die vermaledijde spijkerbroek uit. De dan nog melkwitte ledematen in meer passende kledij hijsen en vervolgens kijken waar we geld kunnen halen…

blog2

Dat wordt een probleeem, want de omgezette wereldpas van de SNS werkt niet. Ze waren in Nederland kennelijk even vergeten te vermelden dat het ding niet door elke automaat wordt geslikt. Na een paar pogingen ontsnapt er een vloek aan mijn lippen. Het zal toch niet zeg… Mooi dat Ad en Juliette ons even te hulp schieten in afwachting van een oplossing zodat we toch nog lekker in restaurant Zanzibar kunnen eten.

Afwassen bij Zanzibar blijkt vanwege het geldgebrek niet nodig te zijn en dus kunnen we toch nog redelijk gerust terug naar het huisje wandelen en onder het genot van een biertje de eerste dag onder de loep nemen. En dat terwijl een joekel van een leguaan even komt kijken welke vreemdelingen er nu weer op Curacao zijn geland. Na een paar dagen kijken we er niet meer van op en ontdekken we dat die beesten zelfs niet vies zijn van een patatje met mayo.

Het pinprobleem moet ik ‘s nachts zien op te lossen omdat het tijdsverschil met Nederland zes uur bedraagt. En dus hang ik om half vijf in de ochtend in twee etappes aan de telefoon met het overzeese koninkrijk. Twee keer omdat men de verbinding de eerste keer verbreekt. Ik ben beurtelings verbaasd en dan weer boos omdat men geen oplossing kan bedenken. De boodschap is dat we het eigenlijk zelf maar moeten uitzoeken… Nou, bedankt voor niets dan maar. Die krijgen jullie nog wel op je brood als we weer thuis zijn.

De volgende dag hebben we een date met de hostess van Cor en Don. Ze zal het allemaal wel goed bedoelen, maar het verfrissende drankje dat we aangeboden krijgen vind ik een stuk boeiender dan het overdreven articulerende praatwonder dat ons moet vertellen hoe mooi Curacao is en wat we er allemaal kunnen doen. Ik wacht met spanning op het moment dat ze haar lippen te overdadig beweegt en uit haar mondhoeken scheurt. Vergeefse moeite en dus laten we haar maar praten om ondertussen over parelwitte stranden en helderblauw zeewater te fantaseren. Een dagdroom die sneller gaat uitkomen dan we voor mogelijk houden…

Nadat de reeds bestelde huurauto is gearriveerd, we het pinprobleem hebben opgelost en we een gezamenlijk potje hebben gemaakt waar we de alledaagse dingen uit betalen, kan het echte vakantieleven beginnen. De eerste ontdekkingsreis voert ons naar Cas Abou Beach. Wat een heerlijk strandje is dat. Geen overdreven drukke bedoening, maar het echte Robinson Crusoe-gevoel van bijna verlaten baaitjes en stranden.

Er zijn bedjes genoeg, een prima catering, bierdrinkende beveiligers, wuivende palmen, kristalhelder water en een graadje of 37 trekken je als vanzelf het zeewater in. Ik, de man die helemaal niks met zwemwater heeft, moet er aan geloven. In Nederland heb ik een snorkelapparaat gekocht en die moet nu gebruikt worden.

Mijn eerste kennismaking met het onderwaterleven beneemt me de adem. Alsof je in een tropisch aquarium rondpoedelt. Vanaf dat moment ben ik verkocht, voel me steeds meer als een vis in het water en wil niks anders meer… Ik draai zowaar snorkeloveruren, tot verbazing van Truus, Juliette en Ad. Ondanks de vermoeidheid ploffen we na het diner op de veranda neer, drinken er nog een (of twee of drie…) en vallen daarna onder de draaiende airco als een blok in slaap…

blog3

Het is woensdag 30 augustus als het toilet van Ad en Juliette verstopt zit. Blijk je, niet zoals in Nederland, het toiletpapier door te moeten spoelen maar in zakjes te moeten stoppen en in de afvalbak dumpen. Geen al te fris idee, gelet op de tropische temperaturen die er zelfs ‘s nachts heersen.

Vandaag staat er een eilandtour gepland met de benzine slurpende Volvo die Ad bestuurt alsof het een F1 Red Bull is. Who cares, benzine kost geen drol op Curacao. Scheelt bijna de helft met Nederland. We zien van alles en ontdekken de schoonheid van het eiland dat we in eerste instantie als een grote vuilnisbelt zagen. Het was inderdaad even wennen, maar nu we ook zelf in de vakantiemodus staan en alles net iets simpeler kunnen zien, leren we dat Trankilo hier een woord is dat met hoofdletters wordt geschreven. Rustig aan, morgen is er weer een (warme) dag.

De rit voert ons langs prachtige baaien, de ruige en bijna onaangetaste westpunt, Playa Laguna, de flamingo’s in de Jan Kok-baai, verlaten bootjes in de nabijheid van een bushalte, enorme cactusssen en hutjes uit de tijd van de slavernij. Het is bijna overbodig om te stellen dat het eiland van nog geen 500 vierkante kilometer met zijn bijna 600.000 inwoners een verpletterende indruk maakt.

Verpletterend is ook de mededeling van de eigenaresse van restaurant De Buurvrouw. We willen er wel eten, maar de tent zit zonder stroom. Trankilo, misschien is het er morgen wel weer… Dan maar weer naar Zanzibar. Ook niet echt vervelend overigens als je bedenkt dat je gewoon aan het strand kunt zitten. Heerlijke temperaturen, een lekker briesje en ondertussen knetterende onweersbuien in Venezuela aanschouwen.

We zijn tijdens onze late zit op de veranda nog steeds een beetje beduusd van de beelden die we eerder die dag hebben gezien als er ineens een kat opduikt. Broodmager en met een vragende blik in de ogen die Juliette doet smelten als een Italiaans ijsje onder de tropenzon. Kittekat is schuw, maar overwint zijn vrees voor de vreemdelingen en eet al snel uit onze handen. Geheel in stijl besluiten we haar Snorkel te noemen… Ze zal nog vele keren opduiken en op den duur niet eens meer weg gaan. Zelfs als wij haar een hele dag alleen laten. Alsof ze iets terug wil doen, vermoord ze op zeker moment een uit de boom gevallen muis en laat het beestje vlak voor ons huisje liggen. Is die voor ons…??

Het volgende onderdeel van ons drukke vakantieprogramma is de indrukwekkende Dushi Photowalk door het innerlijke van Willemstad. Daar waar de contrasten tussen arm en rijk pijnlijk hard op je netvlies worden gebrand. Waar gevochten moet worden om te overleven, maar waar de mensen op hun manier gelukkig lijken te zijn of ons in ieder geval dat masker voorhouden. We maken kennis met een broodmagere vrouw die graag voor onze camera’s poseert en vluchten via de beruchte ‘bajonetsteeg’ het cafeetje van de ‘Doctor of the Green Rum’ binnen. Niet omdat we bang zijn beroofd te worden, maar omdat het plotseling begint te plenzen. In de bar kijken we onze ogen uit. Er hangen vlaggen en sjaaltjes van allerlei buitenlandse en Nederlandse voetbalclubs en we proeven van de zelfgestookte rum. Die is zo lekker dat we er meteen wat flesjes van inslaan. Voor als we weer in Nederland zijn…

En omdat we in Willemstad zijn, lopen we over de wereldberoemde pontjesbrug naar de handelskade. Daar ploffen we op het terras aan het water neer om te lunchen. We maken kennis met de ‘lemon frappa’ en de enige tropische regenbui die we tijdens de vakantie te zien krijgen.

blog4

Het is vrijdag 1 september. D-Day voor Truus, want ze is jarig. En er zullen er nog twee volgen, want ook Ad en Juliette komen nog aan de beurt. Wilde fantasieën over kokosnoten vol alcohol en een rietje maken plaats voor slagroomsoesjes van de Albert Heijn, want echt gebak hebben ze daar niet. Ze voelt zich al een stuk beter als we op Mambo Beach arriveren. Daar waar de liefhebbers van luxe volop aan hun trekken komen en er grif voor betalen. We mogen rondkijken in de studio van Dolfijn FM en gaan aansluitend naar het strand van Porto Mari. Even fraai als Cas Abou, maar wel drukker en beduidend minder rijk aan vissoorten.

Tijdens het diner op de berg van El Gaucho genieten we van de ondergaande zon en de fraaie luchten die dit schouwspel met zich meebrengt. Eenmaal ‘thuis’ is Snorkel ook weer van de partij en uiteraard is er ook voor haar een hapje beschikbaar…

Net bekomen van de eerste verjaardag, staat de tweede al voor de deur. Nu is het de beurt aan Juliette. Het zal ook voor haar niet de eerste keer zijn dat ze dit feit in den vreemde viert. Maar klagen hoeft niet, want op je verjaardag op een strand in de tropen liggen is op zich al een prima presentje. Een uitvoerige politiecontrole, die wij als tourist niet hoeven ondergaan maar voor de lokale bevolking hard nodig is, laten we links liggen. Dergelijke controles zijn niet zo gek als je je ogen even goed de kost geeft en ziet wat en vooral hoe men op Curacao aan het verkeer deelneemt. Zonder risico is dat niet, want onverzekerd, soms niet nuchter of rondrijdend in een wrak is kennelijk heel normaal. Daarbij komt nog eens dat je beter geen voorrang kunt nemen als je denkt dat je dat hebt, want ook daar heeft men op het eiland lak aan. Een stranddag later kunnen we toch eten bij De Buurvrouw omdat de stroom terug is en maken we ‘s avonds foto’s in Willemstad. Althans, we doen een poging. Het resultaat valt echter tegen en dus moeten we nog een keer terug.

Na onze pinmisére krijgen we op zondag 3 september een nieuwe tegenvaller te verwerken. Thuis zouden we in de gordijnen klimmen, maar hier nemen we het gelaten op. De geplande trip op zee met dolfijnen blijkt ergens in de administratie te zijn verdwenen en dus kunnen we die morgen niet mee op de boot. Dat wordt pas laat in de middag. So what, er is genoeg te beleven op het complex waar we van flora en fauna genieten. De ruim dertig Antilliaanse guldens die een kaartje kosten, sparen we vier keer uit omdat het kennelijk niemand opvalt dat we er eigenlijk illegaal rondlopen.

Een beetje veel luxe vinden we op Mambo Beach, waar iemand met een generator onze rust komt verstoren omdat het springkussen moet worden opgepompt. Ad en ik overwegen om de stekker er uit te trekken. Verder komen we echter niet…. En toen was er nog het tripje met de Pelican Express. We zien dolfijnen op open zee de mooiste stunts uithalen en we genieten met volle teugen.

blog6

Dat hopen we ‘s avonds ook te doen. Het besluit is namelijk gevallen dat we de omzzet van het restautant op het resort wat gaan opkrikken. Op zich niet veel mis mee, maar het is wel jammer dat ze van alles niet veel hebben. Beter gezegd niks. Zelfs geen mayonnaise. Een ijsje na? We hebben alleen maar chocola en aardbeien. Oeps, ook het aardbeienijs blijkt ineens niet meer aanwezig. Nou ja zeg… Gelukkig schijnt er niet al te ver van Zanzibar een Italiaan te zitten die verdraaid lekker ijs heft, dus die gaan we eerdaags nog wel met een bezoekje vereren.

Wat een straf, vandaag gaan we weer naar Porto Mari. Je zal toch vakantie hebben en verplicht moeten zonnen en snorkelen. Erg toch? Maar goed, we doen ons best om er niet al te veel van te genieten (haha…). Eerst gaan we echter kijken hoe de zee er uit ziet als je met behulp van een glazen bootje onder water kunt kijken. Hoewel een duiker zijn uiterste best doet om de ramen goed te wassen, het fotograferen van etende vissen blijft een wazige toestand…

Met de pinpas voor in de portemonnee tuffen we op de verjaardag van Ad naar Cas Abao. Eerst even langs een groot winkelcentrum genaamd Sambil. Nou, de samba zullen ze daar niet snel dansen. En mocht het wel zo zijn, dan is er ruimte zat. Klandizie is er namelijk amper in dit enorme gebeuren dat kennelijk met maffiageld tot stand is gekomen.

Waar we ons op verheugen is de trip die we op woensdag 6 september naar klein Curacao maken. De verbizing is groot als er een enorme blinkende Amerikaanse truck voor het complex stopt. Of we maar willen instappen. Tuurlijk joh….. Hoe gaaf is dat…. Een bootreis van meer dan twee uur, met springende dolfijnen en een uitzicht die je adem doet stokken. De Mermaid brengt ons richting het kleine paradijs. Een vuurtoren en een scheepswrak, dat is het dan wel wat we er aantreffen. En niet te vergeten het gigantische ontbijt en de lunch die we aangeboden krijgen. Prima verzorgd door de mensen van Mermaid… Al snorkelend gaan Ad en ik op ontdekkingsreis, zien schildpadden en ander addergebroed. Terwijl ik ronddobber komt me een enorme moreen tegemoet zwemmen. Op de televisie zien ze er al angstaanjagend uit, maar het idee dat zo’n beest in de buurt van mijn eigen sidderaaltje rondzwemt maakt dat ik een eindje bij hem uit de buurt blijf.

Ad maakt kennis met een joekel van een zeeschildpad die veel sneller kan zwemmen dan een ouwe landrot op twee benen. Oh ja, voordat we de lunch verslinden gaan Truus en ik nog richting vuurtoren en scheepswrak. Dat zijn dingen die je, net als de pontjesbrug, gezien moet hebben. Eenmaal terug van een zeer ontspannend dagje worden we met een andere joekel van een auto terug naar Livingstone gebracht. Deze keer is het echter een bak van een limousine. Truus wil aan de passagierskant instappen, maar vergeet even dat het stuur rechts zit. Ze wil desnoods wel rijden als het haar gevraagd wordt, maar komt gelukkig op haar schreden terug. Wel besluit ze dat ze voorin wil zitten. Ik wil het, ik wil het, ik wil het… Waar kennen we dat ook van?

Het is donderdag 7 september. We krijgen veel berichten van het thuisfront. Allemaal vragen over orkaan Irma, die een spoor van verwoesting over een drietal andere eilanden trekt. Of wij daar ook last van hebben. Het is maar hoe je het bekijkt. Gedurende de twee dagen van het verschrikkelijke noodweer is het bij ons namelijk windstil en blijkt het zeewaterpeil flink te zijn gezakt.

Ook het leven in het water is kennelijk door de orkaan aangestoken. Veel vis treffen we niet aan op het strand dat we voor het eerst bezoeken. ‘Op Daaibooi is het leven mooi’, staat er op kleine houten bordjes geschreven. Klopt, maar vissen zijn op dat moment schaars goed en het water is de eerste tien meter flink vertroebeld. Ad en ik moeten even doorzwemmen en doen dat dan ook. Totdat het voor mijn ogen ineens erg donker wordt en ik naar beneden kijk. Goeie genade, ik zit zo’n beetje op de rand van een soort afgrond die loodrecht naar beneden wijst en volgens latere berichten pas honderd meter lager ophoudt…

Van het strand weer naar huis om ons voor de volgende tropische nacht op te maken. Het altijd levendige Willemstad opzoeken. Omdat het verkeer hopeloos vast zit besluiten we onderweg te gaan eten voordat we doorrijden om schone kleren aan te trekken. Bikken doen we bij Bijna Thuis. Hoe toepasselijk. De verbazing wordt alleen maar groter als blijkt dat de tent door Groningers wordt gerund…

Wie proatn eevm plat, want woarom zol je dat nait doun aas de kans doar is. Ad en Juliette kijken alsof ze zojuist aliens hebben zien landen, maar gelukkig werkt onze vertaaalmachine nog en is het eten verder prima. Moi eevm…

In Willemstad lukken de foto’s eindelijk die we willen en verbazen we ons over het macho-gedrag dat op de Handelskade wordt getoond door passerende automobilisten. We verbazen ons eveneens over de beveiligers die een meer symbolische dan fysieke aanwezigheid vertegenwoordigen en zich alleen maar bezig houden met het uit onze buurt houden van zwervers en bedelaars.

Omdat er volgens Dolfijn FM een ernstig ongeluk op de fraaie Julianabrug is gebeurd en iedereen tegen het verkeer in probeert te rijden, kiezen we een andere route richting Cas Abao. Dat doe we overigens met twee stil flippers in de kofferbak. Die hebben Ad en ik ‘s morgens in de duikshop van het resort gekocht om nog sneller vooruit te komen. Geen verkeerde keus, want Juliette probeert een eindje met ons op te zwemmen maar haakt af. We gaan kennelijk te snel…

blog7

Na een klein meningsverschil over de tijd en een verloren weddenschap die ons allen een overheerlijk Italiaans ijsje oplevert op kosten van Truus, gaan we richting Gaucho’s. Eten op de berg en andermaal het op Venezuela losgebarsten noodweer aanschouwen. Dat bekijken we nog even vanaf het uitzichtpunt van Jan Thiel en besluiten dan dat het mooi is geweest. Er wacht ons nog één volle dag en dat stemt nou niet bepaald tot veel vrolijkheid.

Snorkel is niet van onze zijde te wijken. Hij voelt zich kennelijk prima bij die Hollanders en blijkt, als we op zaterdagmorgen wakker worden, ook niet weggeweest te zijn. Hij lag nog op dezelfde plek als een avond eerder. Op het terras van Ad en Juliette. Je kunt zo’n dier niet meenemen, maar toch maken we ons een beetje zorgen. Wat zouden andere vakantiegangers doen als ze haar aantreffen. Jagen ze haar weg? De uitpufdag wordt gevuld met shoppen in Willemstad, wat souveniers kopen, een overdekte markt bezoeken en ons opnieuw verbazen over de mensen die letterlijk en figuurlijk op straat proberen te overleven.

Aan het einde van de dag moet de auto weer worden ingeleverd en gaan we nog ene keer in Zanzibar eten. Het is er, zoals elke zaterdag, een gekkenhuis… We proberen het steeds dichterbij komende afscheid van Curacao naar de achtergrond te drinken, maar ons ontbreekt de moed… Ad besluit het weg te geven aan de gelukkigen die nog wel mogen blijven…

Zondagmorgen 10 september. Koffers dicht, we moeten naar vliegveld Hato. De plek die we twee weken geleden met alle plezier achter ons hadden gelaten, maar nu met lood in de schoenen opzoeken. De controles zijn er niet voor de poes, de vertraging nemen we zoals hij komt. Tot drie keer toe moet het vertrek uitgesteld worden omdat er zes mensen zijn die iets teveel aan Bachus hebben geofferd. Straalbezopen zijn…

Een uur later dan gepland zien we Curacao onder ons wegglijden… We moeten de grote plas weer over. Negen uur vliegen naar het land dat ons opwacht en met een herfstachtig karakter zal verwelkomen. Van een minimumtemperatuur van 29 graden naar een maximum van 12 graden. Zucht………..

Wat moet, dat moet dan maar. Na een hoop gelazer met de koffers, vooral die van Ad, staan we om een uur of negen buiten in de Hollandse kou. We worden door Flexparking naar onze eigen bolides gebracht en omdat het begint te regenen breken we een gesprekje af en nemen afscheid van Ad en Juliette.

Nadat we rond een uur of één in Delfzijl geparkeerd staan, is het snel gedaan. Een soepje en een broodje drukken we nog achterover en vervolgens knijpen we de ogen dicht. Vermoeid van de reis, een jetlag rijker en nog een regenachtige vakantieweek te gaan. Gelukkig hebben we de foto’s nog…

Curacao heeft ons in alle opzichten versteld doen staan. Het is een compleet andere wereld. Compleet anders dan wat je in Nederland bent gewend. Als je dat kunt loslaten en je een beetje verdiept in de cultuur, kom je al snel tot de conclusie dat Curacao de moeite van het bezoeken waard is. Meer dan dat zelfs… Hoe het leven verder ook loopt, ondanks alle tegenstellingen op het eiland was dit wel de eerste, maar zeker niet de laatste keer dat we de contouren van dit prachtige Antilliaanse eiland hebben gezien…

Schaamteloos en slap…

 

Schaamteloos en slap, dat zijn de enige woorden die ik kan bedenken voor de reactie van Emergis die tijdens mijn vakantie in de digitale brievenbus rolde. Ik heb hem een paar keer gelezen en kan er nog steeds niet over uit dat men zich op deze manier achter het eigen bureau verstopt en het aan anderen overlaat om aan hen toevertrouwde ‘probleemgevallen’ aan te pakken.

Ooit hoorde ik iemand zeggen dat er meer dwazen buiten de hekken van open en/of gesloten inrichtingen lopen dan dat er binnen zitten. Ik zou zeggen, zet open die hekken. Zet ze in de maatschappij en de gevolgen laten zich vanzelf raden.

De overheid zou ik willen adviseren om eens goed te kijken naar de werkwijze van instellingen als Emergis. Of beter gezegd, het gebrek aan een werkwijze. Ik maak u deelgenoot van het antwoord dat men mij heeft gestuurd en concludeer dat de mensen van Emergis mijn eerder gestuurde boodschap niet kunnen of willen lezen. Dat kan natuurlijk aan mij liggen, al heb ik het idee dat mijn standpunt duidelijk genoeg is.

Geachte heer Kiel,

Wij hebben uw mail ontvangen van 13 augustus jl.

Uit het oogpunt van privacy gaan we niet inhoudelijk reageren op uw mail. Emergis verstrekt geen informatie aan derden of mensen hier al dan niet cliënt zijn of zijn geweest.
U geeft aan dat u zich bedreigd voelt. Hiervoor willen we u doorverwijzen naar de politie.

We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Emergis – dienst communicatie
Oostmolenweg 101, Kloetinge
Postbus 253  4460  AR Goes

Waarvan akte.

En ondertussen mag mevrouw Pellegrino, die constant mijn naam te grabbel gooit en wiens naam ik overigens niet mag noemen omdat zij me een soort van eigen verzonnen verbod heeft opgelegd, wel gewoon laster blijven rondstrooien. De laatste aantijging? Medeschuldig aan een poging tot het aanzetten van moord op haar en haar zoon.

monicadeeldriemonicadeeltwee

En hier worden alleen mijn collega en ik nog maar genoemd. Ik kan u echter verzekeren dat het lijstje met namen een stuk langer is. Ik vrees het ergste voor mijn toekomst. Mevrouw Pellegrino is kennelijk gevraagd om Afrika-ambassadeur te worden. En aangezien ze ook al jurist is voor het Hoogste Gerechtshof van God, zal de arm wel erg lang zijn die mij in de kraag wil vatten.

Tjonge, wat voel ik mij ineens bedreigd… Zal ik opnieuw naar de politie rennen zoals Emergis graag wil? Of moet ik mij nogmaals tot de rechtbank in Middelburg wenden om te vragen of ze nog iets aan het internetgedrag van Tante P. kunnen doen.

Ik laat het u weten welk besluit er wordt genomen. Maar dat het niet bij een loze belofte blijft, moge op voorhand duidelijk zijn…

Uitgekookt, laf en ruggengraatloos…

Onderstaand het schrijven dat naar Emergis is verzonden. Opdat iedereen die het wil er notie van kan nemen. Dat het kennelijk niet stopt bij een opname in een kliniek. Dat het ook van daaruit gewoon kan en kennelijk mag. Dat dure behandelingen dus niet werken, of dat er eenvoudigweg niet gewerkt wordt. We verwachten een inhoudelijke reactie van Emergis. En geen slap aftreksel van iets wat er op lijkt…

 

Emergis Kloetinge

Oostmolenweg 101,

4481 PM Kloetinge

 

Geachte heren / dames,

Volgens mijn informatie bevindt/bevond zich in uw instelling een zekere Monica Pellegrino. Deze mevrouw is meerdere keren ter verantwoording geroepen vanwege stalking en/of belaging. Ze is daar vorig jaar zelfs schuldig aan bevonden door de rechtbank Zeeland-West Brabant in Middelburg, maar kon niet strafrechtelijk vervolgd worden omdat ze vanuit een psychose zou handelen. Een TBS-maatregel achtte men niet op zijn plaats omdat die doorgaans wordt opgelegd wanneer stalkers gewelddadig zijn.

Het enige dat de rechtbank in Middelburg ons tijdens de laatst gehouden zitting meegaf, was de boodschap dat men iets aan haar internetgedrag zou proberen te doen. Dat is namelijk het platform waarop ze tot op de dag van vandaag allerlei vuiligheid blijft spuien. Hetzij rechtstreeks of in bedekte termen, maar wel steeds richting dezelfde personen. Ze gebruikt het medium Twitter om mensen volledig te gronde te richten. Met haar wazige, onsamenhangende berichten probeert ze dag in dag uit levens te verwoesten, anderen te beschuldigen en onophoudelijk te belagen.

We hebben al eerder aangegeven het onbegrijpelijk te vinden dat mensen vanuit hun behandeling gewoon door kunnen gaan met de zaken waarvoor ze in uw instelling verkeren. In een artikel van De Telegraaf van 15 oktober 2016 zegt uw instelling desgevraagd; ,, Wij kunnen niet garanderen dat dit niet meer gebeurt, we zijn geen gevangenis.’’

Emergis ligt er dus kennelijk niet van wakker. Deze (zeer) open instelling maakt zich er niet druk om dat een van haar (ex ?) ‘ingezetenen’ in de fout blijft gaan. Of, zoals collega Karin Rixt ooit schreef: ‘Als het loon van de werknemers daar op tijd gestort wordt, waarom zou je dan druk maken om de werkelijke feiten waarvoor mevrouw Pellegrino daar zit. De bescherming van de dader draait in deze instelling blijkbaar op volle toeren.’

Deze mevrouw is allesbehalve geestesziek. Het is een uitgekookt, laf en ruggengraatloos individu. Niets meer of minder. Als ze ook maar één keer het lef had getoond om de confrontatie aan te gaan, waren we wellicht verder gekomen. Maar goed, dat heeft ze niet aangedurfd en dus is er nog steeds het onbegrip over het rechtssysteem in dit land.

Er zijn te veel instanties die over Pellegrino iets te zeggen willen hebben. Die zich vervolgens verschuilen achter regels en wetgeving. Uiteindelijk neemt niemand zijn verantwoordelijkheid en dienen slachtoffers alles maar te accepteren. En dat is nu precies wat ik niet van plan ben.

We stellen voor dat Monica Pellegrino en gelijkgestemden gewoon de vrije hand wordt gegeven. Laat haar dat doen waar we al jaren tegen vechten en u zult merken dat we keihard terug kunnen slaan. Niet alleen richting haar, maar ook de overheid, de wetgeving en instanties door wie mensen als Pellegrino in de watten worden gelegd.

We hebben al eerder aangegeven klaar te zijn met deze ‘wereld op zijn kop’, maar willen dat nog wel een keer benadrukken. Eventueel zal er opnieuw een aangifte tegen Pellegrino volgen, zal er niet geschroomd worden om een procedure op te starten tegen het falende beleid van Emergis en is het niet ondenkbeeldig dat de media opnieuw opgezocht wordt.

Aan u het woord. Gaan we het ziekelijke gedrag van mensen als Pellegrino blijven tolereren of gebruiken we ons gezond verstand.

‘Stalker, we ‘kennen’ elkaar al een tijdje, al heb ik geen idee hoe je loopt, praat of eruitziet. En dat idee hoef ik ook niet. Ik moet jou niet. Ik walg van jouw vernielzucht, de manier waarop jij leeft, met mensen omgaat en hoe je teert op instanties. Jij kost de maatschappij klauwen vol geld en je bent al heel erg lang zonde van heel veel mensen hun kostbare tijd.’

 

Ik weet niet meer wie ik ben…

Ik  moet me binnenkort bij een psychiater melden. Nou ja, moeten….. Eigenlijk heb ik zelf op een ontmoeting met de zielenknijper aangestuurd. Ik heb namelijk het idee dat ik niet meer weet wat ik doe. Ontoerekeningsvatbaar ben zeg maar. Ik verbeeld me zelfs dat ik dit bericht schrijf terwijl ik lekker lui thuis op de bank zit.

Een bloeiende fantasie is me niet vreemd. De werkelijkheid is namelijk dat ze me een kamertje hebben gegeven met een bed, stoel en tafel en het uitzicht op een gesloten tuin. Wie ben ik, wat heb ik gedaan dat iedereen me voor gek verslijt. Denkt dat ik aan wanen lijdt en een pathalogische leugenaar wordt genoemd?

Hoe vaak heb ik nu al geroepen dat ze niet mij, maar die anderen moeten hebben. Al die nare dingen die ze over me roepen. Ze staan me zelfs naar het leven. En wat ik ook doe, of wie ik ook aanschrijf, ze geloven me niet. Wat is dat Nederland toch een natie vol domoren. Wat doe ik hier eigenlijk nog. Waarom koop ik gewoon geen enkeltje naar….. Ach, wat kan mij het schelen waarheen. Als het maar zo ver mogelijk weg is.

O ja, ik ben even vergeten dat ik niet in mijn huiskamer zit, maar elke dag omringd wordt door bazige haantjes en hennetjes in een smetteloos kostuum. Zieleprikkers, wandelende apotheken. Allemaal mensen die denken te weten wat goed voor mij is. Als ze niet snel oprotten doe ik aangifte tegen dat stel.

Wat denken ze wel niet dat ze me tegen mijn wil vast kunnen houden. Dat heet vrijheidsberoving. Dat mag ik overigens niet hardop zeggen. Voor je het in de gaten hebt, kwakken ze je namelijk op de grond en zitten ze met een man of tien bovenop je, ben je weer een injectie rijker en twaalf versufte uren verder. Heet dat dan mishandeling? Mooi, weer een reden om aangifte te doen.

Nu ik er zo eens over nadenk, moet ook de overheid er maar aan geloven. Het is toch van de zotte dat onze demissionaire minister-president niet op mijn mails reageert. Terwijl ik toch heel duidelijk heb gemaakt dat ik een antwoord op de vraag wil waarom Nederland de Rechten van de Mens niet respecteert. Specifieker gezegd; mijn rechten als mens.

Ik heb het recht op een eerlijk proces. Of heb ik dat al gehad? O ja, toen hebben ze me onschuldig verklaard aan het stalken en belasteren van anderen. Althans, dat vind ik. Kan de rechter wel zeggen dat ik het gedaan heb, maar geen straf krijg omdat ik volledig ‘koekoek’ ben, maar dat is zijn mening. Ik denk dat ik hem ook maar aanklaag en een second opinion aanvraag.

Of hadden ze me die nou geweigerd?  Ik weet het allemaal niet meer. Zelfs niet waarom ik dit eigenlijk opschrijf. Wat wil ik daar nou mee bereiken. O ja, ik weet het alweer. Ik heb last van wanen, kan ongelofelijk goed liegen en andere mensen besmeuren en dat mag ik allemaal blijven doen omdat ik ze allemaal niet op een rijtje heb.

Eigenlijk is Nederland best een mooi land. Nu ik er over nadenk, laat me hier nog maar even zitten. Ik moet de Bijbel nog herschrijven, solliciteren naar het ambt van president in Zuid-Afrika, nog wat zinloze aangiftes voorbereiden, wat mensen beschadigen en tegen elkaar opstoken en nog even de tuin in. Daar zit iedere dag iemand die me wel begrijpt. Het vogeltje kan niet meer vliegen. Is ooit door een kat aangevallen. Ik denk dat ik ook maar aangifte tegen die kat doe. De aanklacht verzin ik nog wel. Daar ben ik namelijk erg goed in. Dingen verzinnen….

Ik haat mijn vrouw…

Buiten is het onaangenaam. Het waait stevig en de vlagerige regen plaagt een man die zijn hond uitlaat.  Tim ziet het tweetal lopen. De hond lijkt het wel leuk te vinden, de man allerminst. Hij trekt een gezicht alsof hij zojuist een citroen heeft leeggeslurpt. Misschien haat hij de regen en de wind wel. Net als Tim.

Binnen brandt de open haard. De vlammen voeren een vreemde dans op. De vrouw van Tim is bezig met het maken van spaghetti. Tim houdt niet van spaghetti en dan in het bijzonder de saus die er over wordt gegooid. Zijn wederhelft moet er altijd iets zuurs in gooien. Tim vindt dat onzin, maar doet geen moeite om het haar te vertellen. Hij houdt er niet van om over iets te klagen.

Zijn vrouw doet de dingen altijd zoals zij denkt dat het moet. Ze koopt meubels bij Ikea, maakt het gezin iedere zondag wakker om te zorgen dat iedereen op tijd in de kerk zit. De moeder van Tim laat geen mogelijkheid onbenut om hem te vertellen dat hij het geweldig met haar schoondochter heeft getroffen. Hij heeft een hekel aan zijn moeder.

Soms zitten ze samen televisie te kijken. Tim weet bij voorbaat waar dat toe zal leiden. De afstandsbediening lijkt vaak op een piano. De zenders flitsen voorbij. De zoektocht naar vermaak eindigt meestal  op een kanaal waar zinloze talentenshows op uitgezonden worden. Tim haat al die schreeuwerige programma’s.

Tim houdt er ook niet van dat zijn moeder hem dingen vertelt die ze van de televisie heeft opgepikt en kennelijk nog educatief vindt ook. Tim vindt het maar niks dat zijn vrouw een kloon van zijn moeder dreigt te worden. Er op termijn misschien wel net zo afgeleefd uit zal zien. Bij de gedachte aan dat beeld alleen al krijgt hij koude rillingen.

Op de kast staat een bijna versteend boeketje rozen dat Tim zijn vrouw ooit heeft gegeven. Hij had het destijds alleen maar gekocht om van het gezeur af te zijn dat hij nooit met bloemen thuiskwam. Hij wilde haar wel wat kopen, maar dan moest er wel een bijzondere gelegenheid zijn. Zoals haar verjaardag. Of Kerst bijvoorbeeld. Tim haat het om dingen overhaast te doen.

Zijn vrouw is altijd erg ongeduldig geweest. Ze kon een hoop kabaal maken als ze een vrouw zag met een bos bloemen die ze net van haar man of vriend had gekregen. Al was het ook een dom bosje chrysanten.  Als Tim het zag, had hij maar één gedachte. Hij zou veel groter uitpakken. Vrouwen zijn immers gewend dat ze dingen constant vergelijken. Eigenlijk houdt Tim helemaal niet van vrouwen. Misschien is hij wel homoseksueel.

Op zekere dag besluit Tim te vertrekken. Hij heeft genoeg van de spaghetti, het gezeur over bloemen, discussies over artiesten in wording en de in zijn ogen zinloze preken in de kerk. Zijn vrouw doet niets anders dan huilen. Verwijt Tim aan de telefoon dat hij haar altijd voor het lapje heeft gehouden. Met haar gevoelens heeft gespeeld. Ze vertelt hem dat ze alles kapot zal maken dat hij haar ooit heeft gegeven. Dat ze zelfmoord zal plegen. Tuut, tuut, tuut…. Tim heeft opgehangen.

Enige tijd later gaat Tim naar de woning van zijn vrouw om spullen op te halen. Ze leeft nog en laat hem het boeketje rozen zien. Die zijn nog steeds helder rood. De geur zit er zelfs nog in. Tim houdt niet van die geur. Hij haalt zijn neus er voor op. Ze legt uit het opmerkelijk te vinden dat de bloemen er nog steeds zo goed op staan.  Zegt dat ze Tim niet kan vergeten. Het moet wel een betekenis hebben gehad. De bloemen waren immers van hem. Het zou kunnen betekenen dat hij haar ook nog niet vergeten was. Misschien was het wel een teken. Tim haat voortekenen.

Dan vliegt ze plotsklaps in zijn armen en zoent Tim bijna plat. Sinds die dag zijn ze weer samen. Tim eet ’s avonds braaf zijn spaghetti op en neemt een slok van de vitaminedrank. Na het eten ploffen ze op de bank neer en kijken naar The Voice. Tim houdt niet van The Voice. En ook niet van zijn vrouw…